HomeGoddelijke paedagogiePagina 29

JPEG (Deze pagina), 621.66 KB

TIFF (Deze pagina), 5.78 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

27
Gods absolute eisch is de bijl, die aan den wortel van
al onze goede daden ligt. Men ontkomt dit oordeel
niet door die daden nog beter te maken. Ook in
dezen dient het dualistisch principe, dat bij Barth
zulk een grooten rol speelt, te worden doorgevoerd,
in dezen zin, dat wij ons bewust worden, dat God .
het antwoord is en de mensch de vraag. Het gaat
niet aan hiertusschen zonder meer verband te leggen:
dat zou zijn een verbinding onder hooge spanning en
zonder zekering, eene dus, die noodzakelijk door-
branden moet. Men kan hier niet verder komen dan
tot een complexio oppositorum. God blijft de abso-
lute en wij blijven met deze wereld in hare relativi-
teit bevangen. Het is mogelijk het causaal verband
· ook in ons zedelijk handelen op te sporen, maar tus-
schen de voorlaatste en de laatste oorzaak zal elke
schakel ontbreken. Het is weer het bekende
Schaukelspiel van ja en neen, dat hij zelfs terugvindt
in het woord van Augustinus:
, Domine, ad te nos creasti. (ja).
et cor nostrum inquietum est, donec requiescat in
te (neen).
Ik kan niet nalaten hier reeds, vooruitloopende op
wat nog volgen moet, er op te wijzen, dat Barth in
( den laatsten zin te veel samenvat: Het bedoelde citaat
valt 1n.i. niet in twee, maar in drie deelen uiteen.
Domine, ad te nos creasti (ja). ,
et cor nostrum inquietum est (neen).
donec requiescat in te (hier is de tegenstelling van
ja en neen overwonnen). Maar laat ik mij verder van
critiek voorloopig onthouden, om er op te wijzen,
hoe het bij Barth dus niet gaat om een inhoud onzer
_l.., «;£."'*‘r· .. _ _, , _ ,, .. .., . 2....,, A. .. ,_ ,.M__,., ..... I,v,,'__V.,,__M___;A__p :2 _ LU i, F