HomeGoddelijke paedagogiePagina 25

JPEG (Deze pagina), 676.86 KB

TIFF (Deze pagina), 5.87 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

[ i
? 23
i bouwt, niet juist het middel zijn, waardoor God zijn `
i belofte van bescherming vervult? Natuurlijk is het
gevaar aanwezig, dat men, achter die muur zich
veilig wanend, denkt geen God meer noodig te heb-
ben tot zijn hulp en bescherming. Of dat men, zon-
ï der eenige gedachte dien God toch practisch vergeet
en omdat dat gevaar aanwezig is, moet er steeds en
niet nadruk op gewezen worden .... maar die zich
i zetten aan het bouwen van de muur, mogen zeggen:
wij, Uwe knechten, zullen bouwen en de God van den
hemel zal het ons doen gelukken. Dat lijkt mij het
i groote bezwaar van Barth’s beschouwingen .... ook in
dit opzicht leidt zijn critiek (laat ik niet van een
stelsel spreken) tot agnosticisnie, tot een onzekerheid
L in de waardeering van de kerk, die verlammend moet
zijn voor hen, die haar willen opbouwen.
Ik heb werkelijk genoeg gezien van de gebreken
der kerk, om haar niet blind te willen vereeren, maar
ik ben er ook bij toeneming meer van overtuigd, dat
zoolang God haar nog gebruiken wil tot zoo veel
zegen, het niemand vrijstaat haar arbeid op die wijze
te fnuiken. Dat onze namen geschreven staan in het
boek des levens, dat voor Gods aangezicht ligt, is
ongetwijfeld van grooter belang, dan dat wij in de
lidmatenregisters van een bepaalde kerk staan inge-
schreven, maar tijden, waarin die lidmatenregisters
veel afschrijving en weinig inboeking vertoonen, zul-
len, vrees ik, ook wel tijden zijn, waarin het geestelijk
leven kwijnt. Men kan als Barth den draak steken
met diegenen, die op de jaarmarkt van het kerkelijk
leven hun vaste staanplaatsen hebben en die daar
voor hun tent hun waren zoeken aan te prijzen, als l
1
1