HomeGoddelijke paedagogiePagina 22

JPEG (Deze pagina), 675.35 KB

TIFF (Deze pagina), 5.74 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

l
l
l

20
l op het prijsgeven van zich zelf, het offer. Hij be-
l schouwt de kerk als een verloren post (Rom. 322). `
E Diep onder den indruk van de spanning tusschen
I koninkrijk Gods en kerk, tusschen wat Lotzky noem-
I de Godsrijk en godsdienst, ontkent Barth de moge-
l lijkheid, dat wij hier ooit iets anders, iets meer dan
die spanning zouden kunnen beleven. Der Besitz der
I Verheiszung, die schon erfüllt ist, steht allein in der
I Hoffnung (Röm. 334). In zooverre dit alles als cri-
j tiek op de kerk bedoeld is, is het te aanvaar-
I den. lVee de kerk, die vergeet dat zij slechts
l zeer onvohnaakt en menschelijk de eeuwige bedoe-
j · lingen Gods realiseert. Moet zij niet dagelijks bid-
j den: Heer vermeerder ons het geloof °Z - Maar zoo-
. dra men nu op grond van Barth’s critiek tot een
l positieve waardeering van de kerk wil komen, blijft
l men weer in de mogelijkheid steken van het IVunder j
I senkrecht von oben, dat hier nooit werkelijkheid ;
wordt. I
Die menschelijke factor in de kerkgeschiedenis
hebben de Groningers ook altoos erkend, maar daar-
naast hadden zij oog voor wat God dwars door men-
schelijke dwalingen heen tot stand bracht. Het dwa-
ze Gods bleek wijzer dan de menschen en het zwakke
Gods sterker dan de menschen, zooals Paulus eens
met fijne ironie opmerkte. Ik acht het voor hen die
zich geroepen gevoelen tot den opbouw dier kerk
mede te werken, van het allergrootste belang, dat zij
bij allen ootmoed vanwege het gebrekkige, ja be-
paald zondige van hun arbeid, toch de overtuiging
mogen hebben, medearbeiders Gods te zijn en dus
een roeping te hebben, hier iets van die goddelijke
«- er §