HomeGoddelijke paedagogiePagina 21

JPEG (Deze pagina), 655.03 KB

TIFF (Deze pagina), 5.69 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

F
l
ä
19 i
van de Kerk, die van Barth en Schweitzer te stellen.
‘ Voor Barth behoort de kerk geheel tot deze wereld 4
van zonde en dood: in haar wordt het eeuwige tijde- j
lijk, het hemelsche bliksemlicht wordt tot een lamp, i
die regelmatig licht verspreidt, het goddelijke wordt g
menschelijk en daarmede is zij - die kerk - geoor- Q
deeld. Zij staat in onlosmakelijk verband met deze l
wereld en deze menschheid. Geestig zegt hij dit: ä
Die triumphierende, nach diesseitiger Erfiillung
drängende und sie scheinbar findende, die nach l
Positivitäten und Hochzeitsfreuden hungrige und
diirstige und scheinbar damit gesättigte, die zeit-
gemäsze, volkstiimliche, trots aller Blamagen selbst-
bewuste, quecksillorige Kirche des kirchlichen
Lebens" ligt onder het oordeel Gods, juist omdat zij
‘ geen halt maakt voor den afgrond, dien men wil over-
bruggen. Het maakt daarbij geen verschil: ob sie
ihr Phantom mehr durch zähes Verteidigen
ehrwiirdiger Väter rette oder mehr durch den Eifer
moderner Galvanisierungsversuche und Neugrün-
dringen zu erreichen wähnt. (Bom. 356 -330).
De groote fout is hier volgens Barth de Transzen-
denzanspruch einer höchst immanenten Ordnung.
VVat uit dezen aeon stamt, al is het quantitatief en
qualitatief nog zoo phaenomenaal, is nooit Godsrijk
maar altijd een toren van Babel, opgericht met de
dwaze pretentie dat het opperste in den hemel zou
reiken. (Bom. 419). Barth heeft een scherp oog
voor de tragiek en den humor van de kerkgeschiede-
nis, die hem. steeds kleinmenschelijk blijft, ook, of
juist daar, waar zij zich als heilsgeschiedenis ver- j
momt. Evenals de religie is de kerk dus aangewezen
·-­­-- - e -_,, -_,~. e