HomeGoddelijke paedagogiePagina 20

JPEG (Deze pagina), 687.62 KB

TIFF (Deze pagina), 5.69 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

` F
18
niet te bouwen; de Heer predikt het ons zelf in dat
groote boek Zijner voortgaande openbaring en oplei- ‘
l ding - de regeering Zijner kerk. Of was het de ver-
l dienste der Joden, der Atheners, der Corinthiërs, der
j Romeinen, dat de Apostelen hun het Evangelie pre-
j dikten? Hadden zij hen ontboden? Ontvingen zij hen,
E ongenood gekomen, vriendelijk? .... Zij vervolgden en
doodden hen en - ontvingen nieuwe Evangeliebo-
I den. VVas het de verdienste onzer voorouders, dat
I Vllillebrord, Bonifacius, Ludger hun Christus predik-
y ten? Neen, zij wilden langen tijd niet van hen hoo-
l M ren; eindelijk, na Bonifacius zelf vermoord te heb-
ben, nanien zij het Evangelie aan; ja .... maar dewijl
E Gods liefde en die van den Heer in deze zendelingen,
ä door Zijnen Geest bezield, hen weder en weder op-
V zocht en bad: Laat u met God verzoenen. Niet waar, ·
l maar tegen hun verdiensten werden zij dus deelge-
l nooten van het Godsrijk. En die dit nu nog worden,
i de Kaffers, de Zuidzee-eilanders, de negers, ­- worden
zij het, dewijl zij de Zendelingen ontbieden? Neen:
hoewel zij zich afkeerig betoonen, nienigen bode des
Vredes dooden, gelijk nog in 1839 den edelen Yilli-
ams, toch gaan er telkens weder nieuwe dienaren van
Christus heen om hen, tegen hunne verdiensten en
tegen hunnen boozen wil in, tot de kerk van Chris-
tus te brengen. ­- Zóó leert ons dus de geschiedenis
helder en onwedersprekelijk de waarheid van Paulus’
woord, dat de mensch niet door eigene verdiensten,
maar uit onverdiende gunst uit ongehouden genade
tot God en Christus gebracht en aldus gezaligd
wordt."
Het is wel merkwaardig naast deze waardeering
vv ­ __ __ Y_4ï__________,__ ______, g