HomeGoddelijke paedagogiePagina 17

JPEG (Deze pagina), 598.52 KB

TIFF (Deze pagina), 5.68 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

sr l
ll
i
15
Groningers uit met hun veelgesmaad en fel bestreden
Q begrip van een goddelijk opvoedingsplan. Is het niet
jg wat snel gegaan, toen 1nen dat geheele gedachten- (
gg complex verwierp en als ballast, hinderlijk voor de 1
verdere reis, over boord zette? In zijn Proeve 1
eener herziening van de meest gebruikelijke for-
mulieren der Nederlandsche Hervormde Kerk (Gron.
1850) paraphraseert de Groot den 4den Zondag van
de Heidelbergsche Catechismus aldus: ,,Doet God ons `
dan onrecht en eischt Hij meer van ons, dan wij kun- (
nen volbrengen? ­­ Neen, God doet niemand onrecht I
fl en eischt niet van ons, wat wij niet kunnen volbren- I
gen. Reeds ons eigen geweten zegt ons, dat God uit
liefde wil, dat wij Hem - de Liefde zelve - altijd
meer zullen gelijken en dat wij dit, door zijn hulp,
ook kunnen. (Rom. 1 :32; 2 :14, 15; Hebr. 12 :6, 1()b;
1 Tim. 4 : 10). Bovendien zien wij uit Gods
wereldregeering, dat, ook nadat het mensch-
, dom door moedwillige ongehoorzaamheid van Hem
was afgeweken, God het niet aan zich zelve overge-
laten heeft, maar uit liefde niet heeft nagelaten ons
a onze goddelijke bestemming voor oogen te stellen en
1, ons te helpen, om die bestemming meer en meer te
bereiken." (Gen. 3 : 9, 14a, 15; 12 : 1, Bb;
Ex. 19 : 3-6; Jes. 5 : 4a; Matth. 21 : 33-45;
i Luc. 7 : 16; Phil. 2 : 12, 13; Rom. 3 : 29;
Act. 17 : 27b, 28).
_j Daarom ziet de Groot de Kerkgeschiedenis als (ik
citeer letterlijk, Gron. Godgel. p. 67) ,,het verhaal van
de doorgaande openbaring en opleiding van God in
,2 Jezus Christus en van de wijze, waarop de menschen ‘
’ die openbaring en opleiding zich al of niet ten nutte ‘
g hebben gemaakt/’
5