HomeGoddelijke paedagogiePagina 13

JPEG (Deze pagina), 634.30 KB

TIFF (Deze pagina), 5.73 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

11
niet; Ik heb de wereld overwonnen. WVij zijn reeds
in beginsel, wat wij nog worden moeten .... maar ....
juist dat wij het worden, maakt ons de verwachting,
van het eens te zullen zijn, tot zekerheid. Omdat wij
den berg reeds beklimmen, gelooven wij dat er een
top in de wolken verborgen is. VVij hebben reeds,
wat wij nog moeten verwerven, ook al bezitten wij
het vaak als niet-bezittende. ,
Wie de werkelijkheid relatief, d.w.z. in relatie tot
zijn roeping beschouwt, komt zeker tot de belijdenis:
wij zijn nietig, onrein stof, onbekwaam tot Uwen lof...
maar wie ze absoluut in het licht van Gods genade
beziet, verstaat het woord van den Heer: Gijlieden
nu zijt rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb.
Onze roeping en verkiezing liggen vast als de eeuwi-
ge vredesgedachten die God over ons gehad heeft .....
maar dat neemt niet weg, dat wij, naar het woord
uit den Petrusbrief, roeping en verkiezing hebben
vast te maken in den Heer! Als Barth vraagt of er ,
tusschen die twee werelden van zonde en dood hier 1
en van genade en leven ginds een derde mogelijkheid
" bestaat, die dit dualisme opheft, dan zegt ons geloof, l
dat Christus zelf die mogelijkheid en die werkelijk- ,
heid werd. VVij kunnen Barth toegeven, dat wij U
in Christus het dualisme van Dieseits en J enseits ons
klaarder dan ooit bewust worden, maar dan juist om-
dat het in Hem overbrugd is, omdat in Hem (iod zelf
tot ons gekomen is en persoonlijk, gestaltelijk voor
ons heeft gestaan, want de gansche volheid der God-
heid woont in Hem ·r<»>,ccz¤w¤>e. Behoef ik het nog i
te zeggen, dat wij, die zulke zware tijden hebben be-
j leefd en het gevoel hebben van nog voor schrikkelij-
1