HomeGoddelijke paedagogiePagina 12

JPEG (Deze pagina), 697.67 KB

TIFF (Deze pagina), 5.73 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

l ï 10
ï j.
g zijn aan te wijzen, maar niet minder ook diepe in-
` zinkingen en het is niet te verwonderen, wanneer
f Y men zelf een tijd beleeft, die zoo ’n dieptepunt is, dat
f men alle geloof aan vooruitgang en opleiding en
» daarmede alle optimisme verliest, 0m te eindigen in
;i de troosteloosheid van het pessimisme. Gelukkig de-
W gene die, gedwongen tot een: De profundis clamavi,
J vertrouwt dat het weer worden zal Gloria in excelsis,
Li die ook in de moeilijkste omstandigheden zijn ge-
, loof uitspreekt: Door een nacht hoe zwart, hoe dicht,
HY voert Hij mij naar ’t eeuwig licht. _
j Ik voorzie de opmerking, dat ik dit optimisme dan
toch ook blijkbaar niet ontleen aan dien gang der
. historie, maar enkel aan Gods bestuur, aan Zijn ge-
V nade en Zijn trouw. Natuurlijk... hoe zou ’t anders
H kunnen. Men zou weer dezelfde onzuivere, onjuiste
t begripsassociatie krijgen van zoo straks, alsof men,
U staande op het evolutiestandpunt, ook inderdaad
` alles van eigen doen en kracht moet verwachten en
G niet van Gods hulp. Transcendentie en immanentie
behoeven niet zoo onvereenigbaar te zijn, als Barth
* met name, het wel wil doen voorkomen. Wij geloo- ·
j ven in een plan Gods, dat in de geschiedenis gereali-
ï seerd moet worden en hebben zelfs de taak te aan-
vaarden daarbij Gods medearbeiders te zijn. Wij
i hebben onder vallen en opstaan en met duizend be-
§ schamingen niet alleen den weg naar dat groote doel
, te betreden, maar ook in zekeren zin te banen. Het is
volbracht en daarom moet ’t worden volbracht. Vij
hebben de wereld voor Christus te veroveren, juist
omdat Hij zelf onder alle moeite en verdrukking,
_ waarmede dat gepaard gaat, ons verzekert: Vreest W
i
l
l;`.L§ïCH.*Q_Z,_Y_;_,_ , Q._QYI "ïï `Y YL ïïïii Y ;ïTTïïïï`­YYï.Lï ï`i YZ·Y·ïY-T·ä"=‘; ; W