HomeGoddelijke paedagogiePagina 11

JPEG (Deze pagina), 640.59 KB

TIFF (Deze pagina), 5.70 MB

PDF (Volledig document), 29.18 MB

9
, len ons dan dat koninkrijk voor ·als een zeker gebied,
binnen welks grenzen wij zelf staan ­- wij zijn im-
mers burgers van dat rijk -~ maar dat nu steeds
moet worden vergroot. De voorstelling van den ls-
raeliet was dat met. Als deze spreekt van de komst
van Gods koninkrijk, dan denkt hij aan de 0penba~
ring van de koninklijke macht en de koninklijke heer-
lijkheid Gods. V7ij maken God geen koning: Hij is
het. Zijn regeering is van onze erkenning onafhan­
kelijk. Zijn koninkrijk ontstaat niet door inenschelijk
toedoen en het breidt zich niet uit door onzen arbeid. l
Het is er. Eenmaal, zoo glorieert de Israelitische
verwachting, eenmaal zullen alle volken erkennen,
dat God regeert en zich buigen voor zijn macht en
majesteit. Maar hoe zal dat zijn? Men stelt de vraag
1n.i. verkeerd door te zeggen: of door een plotseling V
ingrijpen Gods of door een langzame ontwikkeling. _
Want hierdoor wekt men den schijn alsof God meer
bij dat plotseling ingrijpen dan bij de langzame ont- j
wikkeling betrokken was ..... een gewoon misverstand.
dat G·ods hand beter in het mirakel dan in de dage-
lijksche zorg Zijner voorzienigheid erkent. g
Vooropgesteld dus, dat in beide gevallen God zelf ,
oorsprong en kracht en doel dier beweging is, komt {
het dus hier op neer of dit Koninkrijk Gods met of
zonder voorbereiding in de geschiedenis openbaar '
wordt. Maar ook al ziet men de verschijning van dat
koninkrijk niet (Paulinisch uitgedrukt) in één punt
des tijds, doch in een lijn, dan behoeft het daarom nog
niet te zijn de rechte lijn der ontwikkeling, de lijn
. der geleidelijkheid van een rustige evolutie: het is l
een vaak grillige curve, waarin enkele hoogepunten
a