HomeDe toestand der militaire pharmacie en der militaire apothekers, bij het Nederlandsche leger geschetstPagina 10

JPEG (Deze pagina), 711.43 KB

TIFF (Deze pagina), 6.09 MB

PDF (Volledig document), 19.88 MB

S TOESTAND een iiiiiimiitii 1>i1An.iiAo11•;
ven, als den militairen arts. Ofschoon er een onmisken-
baar verband bestaat tusschen deze twee takken der ge-
heele geneeskunde: genees- en artsenijbereidkunde, zoo
verschillen toch de uitoefening van beide vakken en de
kennis der hiertoe noodige hulpwetenschappen te zeer,
dan dat ineensmelting mogelijk zou zgn. Wrj zouden
ter wille van een juiste en geregelde uitoefening der mili-
taire genees- en artsenijbereidkunde eene uitbreiding van
het pharmaceutisch personeel zelfs wenschelijk achten.
Sedert de invoering der Geneeskundige Wetten van
Jan. 1866, is ook voor den militairen apotheker een nieuw
tijdperk aangebroken. Art. 10 van Wet ll heeft bepaald,
dat de aanstaande militaire pharmaceut het Staatsexa­
inen van apotheker moet hebben afgelegd, alvorens tot
Apotheker der zr kl. bij de Landmacht te worden benoemd.
De eischen nu van het staatsexamen - het is bekend i
en ook het programma wijst het uit - zijn hooger dan
de maatstaf van kundigheden onder de oude wet voor
den civielen apotheker vastgesteld. Sinds twee jaren ko-
men te vergeel`s in de Staats-Courant tallooze oproepin-
gen voor van apothekers, om na aflegging van het be-
paalde militairexamen tot militair pharinaceut te worden
benoemd. Een zesde deel van het noodige pharmaceu­
tisch personeel ontbreekt reeds, waardoor 5 garnizoe-
nen thans van behoorlijke pharniaceutische hulp ver-
stoken zijn. Drie apothekers der 3° kl. hebben om de ,
treurige vooruitzichten bij het Nederlandsche Leger, eene V
detaeheering bij de Legers in Oost- en West­lndie ge-
vraagd en verkregen. Niemand zal derhalve, met deze {
feiten bekend zijnde, de stelling gewaagd vinden, dat er
eene bepaalde ttpttt/tie voor deze betrekking bestaat en
deze is de oorzaak, dat er in ’t geheel geene geschikte r
jongelieden meer gevonden worden, die zich na een vijf ·
zesjarigen studietqd als apotheker der 3“ kl. bg het
l
ë