HomeThorbeckePagina 17

JPEG (Deze pagina), 598.64 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 12.07 MB

15
i Brutus is gezegd, dat is ook hier van toepas-
sing;
Zaeht was zijn leven, de elementen zoo
In hem vermengd, dat aan het wüd heelal
; Natuur verkouden kon: dit was een man!
g Vandaar dan ook de verslagenheid, die zijn dood
zaelfs op hoogen leeftijd overal heeft veroorzaakt. ln
een land, dat wel zijn talenten bezit, maar aan man-
nen, aan karakters arm is, maakt het sterven van
een man, van een karakter, een voelbare leegte. En
1nen ziet bij den dood het goede, dat geweest is
maar niet meer is, beter dan het kwade. De lof-
spraken na Thorbecke’s heengaan zouden licht doen
vermoeden, dat haat en miskenning, hoon en laster
hem niet bij zijn leven hebben getroffen. Toch
weten wij, dat het anders is geweest. Zoo is de
wereld. Dien ze levend aan het kruis heeft genageld,
dien sticht ze tempels na zijn dood. Toch verheugt
` het mij, dat, zij het dan ook eerst aan het graf, de
volle erkenning niet is uitgebleven. Het volk, dat
zijn groote dooden eert, eert zich zelf; het toont
"“ wat het op prijs stelt; zijn hulde roept de geesten,
die nog sluimeren, wakker; ze prikkelt tot navol-
ging; ze wekt tot leven op en tot werken.
Is de erkenning, die thans haar stem laat hooren,
overdreven? Het zou dwaas zijn, in den gestorvene
een ideaal te zien. Op ieders graf zal men naar
Goethe’s woord moeten schrijven: hier rust een