HomeQuercus pubescens: een oerwoud in Z.-Frankrijk en haar algemeene verbreidingPagina 7

JPEG (Deze pagina), 608.45 KB

TIFF (Deze pagina), 5.10 MB

PDF (Volledig document), 7.20 MB

143
r en bij voorkeur aan boschranden, op zonnige heuvels,
1 vooral kalkheuvels, alleen of in groepjes; in Duitschland
· vormen zij, behalve in den Elzas, geen eigenlijke bosschen
· (WALTER 11)). ln de Zuid-Alpen bereiken zij een hoogte
1 · van ongeveer 1200 m, hier en daar zelfs tot boven de 1400 m
1 (zie 1-1Eo1")). Vanuit plantengeografisch standpunt be-
· zien, komen in Duitschland enkele interessante vindplaat-
sen voor. Die in het Boven­Rijngebied (Boven­Elsas,
9 Zuid-Baden enz.) sluiten aan bij de vindplaatsen van de
­ Zwitsersche _jura, waardoor dan de verbinding met het
, Middellandsche Zeegebied tot stand komt. De noordelijk-
­ ste vindplaats zou in Thüringen liggen, nl. in het Saaie-dal
. bij _jena (DRUDE 3), WALTER 11)).
. · Deze zou dan de verbinding kunnen vormen tusschen
1 de vindplaatsen van het mediterrane gebied (de landen
3 om de Middellandsche Zee) en die van het pontisch­
5 pannonische gebied (Hongarije en het noordelijk deel van
, den Balkan).
GERAADPLEEGDE LITERATUUR.
r
S 1, 2, 3, 7, 8, 12: ENGLER u. DRUDE ,,Die Vegetation der
, Erde" resp. Dl. X1 Balkan 1909, IV lllyrië 1901, Vl
­ Hercynische Florenbezirk 1902, ll en X Karpaten
- 1898 en 1908, 111 Kaukasus 1899, I lberisch Schier-
) eiland 1896.
1 4. GAMS, H.Von den Follatères zur Dent de Morcles,
1 Bern 1927. Beiträge zur geobotanischen Landesauf­
3 nahme 15.
5. GINSBERGER, A. Istrien. Veg. Bilder 13. Reihe, 1-1. 5 u.
K 6; _jena 1917.
­ 6. HEGI. Ill. Flora von Mitte1­europa Bd. Ill, S. 112-
· 114 München.
1 9. RüBEL, E.Pflanzengese11schaften der Erde 1930,
1 Bern­Berlin.
10. TURRILL, W. B. Oxford Memoirs on plant geography
· Vol. I 1929.