HomeDe bronnen van Voskuyl's tooneelspelenPagina 5

JPEG (Deze pagina), 689.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 16.80 MB

77 De bronnen van Voskuyl`s tooneelspelen. 3
schreven op Voskuyl’s drama’s 1), en Anthoni vander Horst 2),
aan wien Don Carel van Caszïilien werd opgedragen en die
aan zijne vreugde daarover lucht gaf in een sonnet. Eén zij-
ner dra1na’s droeg de dichter op aan Christina Salms, een
ander aan zijn vroegeren patroon, Johan Holthuysen, en een
derde aan diens dochter Margaretha, aan wie een paar jaren
later Van Arp zijn Tolimoncl, Prince van Redes (1640) toe-
wijdde.
Eén der drama’s van Voskuyl schijnt de aanleiding te zijn
geweest tot een letterkundigen twist. In De(n) geest van Mat- `
tïzeus Gansneb Tengnagel, In d'ancZre we’reZcZ by de cerstorvene
Poëten 3), leest men, dat Pels,
»Toen, om Voskuyl’s Hillebranden,
Men zijn Trineus zo vetbande,
Dat er niemant nu van weet",
onzen dichter en de bestuurders van den Schouwburg heftig
heeft aangevallen, maar dat Jan Vos hem den mond snoerde
met een vinnig puntdicht. Het treurspel van Pels en zijn
schimpdicht zijn, evenals het antwoord van Vos, verloren ge-
gaan. Daar Vos in 1647 regent van den Schouwburg werd,
zal die twist hebben plaats gehad vele jaren, nadat het stuk
voor het eerst was opgevoerd (1639).
bezitten nog 7 drama’s van onzen dichter, van welke
er twee in 1624 en de overige eenige jaren later zijn geschre-
ven. Uit een lofdicht van Van Arp op Don Carel van Casti-
Zien (1635) zou men kunnen opmaken, dat Voskuyl meer too-
neelstukken heeft gedicht; dat vers luidt nl. aldus:
1) Van Arp op Den Carel wm Castitien Met den Prins van Pertigael, Belleria
en Pemdostos, dat ook door J. Meures werd bezongen, en Domstus en Faunia. Het
l laatstgenoemde drama prijkt tevens met een lofdicht van Lemmers.
, 2) Vgl. over hem De Roever in 0uct­H0lZmut, I, 1883, blz. 68.
, 3) Tot Amsterdam, By Gerrit Jansz, B0ek­verk00per, enz., 1652.