HomeDe kerk en de doodstrafPagina 8

JPEG (Deze pagina), 602.17 KB

TIFF (Deze pagina), 5.70 MB

PDF (Volledig document), 9.71 MB

6
voor hem, die rijk is. Dat is altijd zoo geweest en is,
op weinige uitzonderingen na, nog zoo tot op den hui-
digen dag. Nu is er wel geschreven: Matth. 6: 19 ,,Ver- E
gadert U geene schatten op de aarde, waar ze de mot
en roest verderven," maar de geloovigen hebben zich ë
R daar niet aan gestoord. Zij, die zich de ware geloovigen
noemen, zijn juist degenen, die het ijverigst werken
om onder allerlei vormen geld bijeen te brengen, niet l
alleen om goed te doen, maar ook wel degelijk om van
V het goede der aarde te genieten en vooral om macht
te hebben. Er staat wel in den Bijbel, Matth. 23 : ll
,,de meeste van U zal uw dienaar zijn," maar nergens
is het streven naar macht en grootheid sterker dan
juist onder de geloovigen. Daarom dan ook zijn het
eeuwen lang de meest geloovigen geweest, die in den
, Staat bijna almachtig waren en zonderling steken de
vorstelijke woningen van de hoogste geestelijkheid der
Katholieken af bij de gelofte van armoede, die zg moeten à
afleggen. ,
, Met die beschouwingen voor oogen is het noodig, Q
de menschen op te wekken om doortedringen in den l
waren zin der woorden, die ons op zalvenden toon ,
worden toegeroepen. Die woorden zijn gewoonlijk niet ‘
te vertrouwen en bed·rogen komt hij uit, die daarin het
uitgangspunt wil vinden voorlredeneeren of handelen.
De geloovige beweert van zijn mede-geloovigen te eischen 1
alle eventueel bestaande deugden. Belachelijk genoeg ·
moest in onze oude schoolwet staan, dat het onderwijs
»
a