HomeDe kerk en de doodstrafPagina 7

JPEG (Deze pagina), 576.85 KB

TIFF (Deze pagina), 5.71 MB

PDF (Volledig document), 9.71 MB

5
,,Ieder wie dit indenkt voelt vanzelf', dat hierin
iets uitkomt, wat niet bevredigen kan.
,,Het Ecclcsm mm sitit srmgamem is misbruikt, maar
er ligt toch nog altoos waarschuwing in."
j Deze schijnwaro bewering heeft een pijnlijken indruk
V { op mg gemaakt. Het is het ijdel woordenspel, dat steeds
t toeneemt, en steeds luider en brutaler wordt. Vraag
J den schrijver, of hij voor wedeninvoering van de dood-
straf is, en hij zal U uit dit artikel bewijzen, dat hij
ja of neen bedoeld heeft. Zoo ook leeft hij met zijn
Bijbel en zoo past /t{j den Bijbel toe, de man, die heet
al zijn kennen, weten en willen aan den Bijbel te ont-
leenen. Voltaire is tot in het oneindige verketterd en
hoe grooten eerbied en bewondering wij hebben voor
zijn groot verstand en zijn zeldzaam genie, wij moeten
erkennen, dat hij zich aan handelingen heeft schuldig
gemaakt, die staan ver beneden de waardigheid van een
fatsoenlijk man.
Dat werd reeds door zijn meester, Frederik den
Groote, erkend, toen deze Voltaire’s kamer op Sans
Souci deed vernieuwen, de kamer, die Voltaire later
nooit bewoond heeft, en op de muren alle dieren plaatste,
wier leelijke eigenschappen bij Voltaire werden gevonden.
. Maar Voltaire had een groote deugd, een deugd, die de
i ' Bijbelsche menschen zelden hebben, hij was consaqzicná.
Hij getuigde, dat hij groote lust had, om te slaan, maar
volstrekt niet om geslagen te worden. Hij begeerde
macht en die macht meende hij, was alleen verkrijgbaar