HomeDe openbare en de vrije schoolPagina 9

JPEG (Deze pagina), 650.02 KB

TIFF (Deze pagina), 5.26 MB

PDF (Volledig document), 21.36 MB

I
E
I
I 7
E
I hun eigenaardige leer omtrent God en met hun büzonderen
I eeredienst zou de Staat staan objektief, neutraal, onzijdig.
E Het lag voor de hand, dat de school, van Staatswege
I gesticht en onderhouden, op dezelfde leest zou worden
I geschoeid. Van gelijken geest is dan ook de instructie voor
I den Agent der Nationale Opvoeding van het jaar 1798, als
' I ook de wet van 1801, die van 1803, 1804 en van 1806, welke
` laatste het voorrecht had van lang te bestaan en daarom
I op geheel het lager onderwijs van later tijd haar stempel
heeft gedrukt.
Aard en wezen nu van die wet is het best te kennen uit
I" de beide volgende artikelen.
,,Alle schoolonderwüs zal zoodanig moeten worden ingericht,
,,dat, onder het aanleeren van gepaste en nuttige kundig-
,,heden, de verstandelijke vermogens der kinderen ontwik-
, ,,keld, en zij zelve opgeleid worden tot alle maatschappelüke
I ,,en christelijke deugden."
' ,,Terwül voorgesteld wordt het nemen van maatregelen
I ,,om de schoolkinderen van het onderwijs in het leerstellige
,,van het kerkgenootschap, waartoe zü behooren, geenszins
I ,,verstoken te doen blijven, zal het geven van dit onder-
; ,,wijs niet geschieden door den schoolmeester?
De wetgever wilde dus, dat het onderwüs zou zijn op-
Ij voeding, en wel opvoeding van elk kind, onverschillig tot
.E_ welk kerkgenootschap het behoorde, alsook van het geheele
I kind, zoodat niet enkel gevormd worden moest, wat het
, later tot een nuttig lid van de maatschappij, maar ook wat
I het tot een waardig lid van de christelüke samenleving kon
_ maken.
I Dat hg daartoe den godsdienst, in het bijzonder het
I Christendom, noodzakelijk oordeelde, spreekt reeds van zelf.
I Bovendien was hij door de instructie gebonden, die hem
I opdroeg ,,steeds bedacht te zgn, dat de eerbiedige erkente-
I nis van een albestierend Opperwezen de banden der maat-
schappü versterkt, en daarom op alle mogelüke wüzen in
V de harten der vaderlandsche jeugd behoort te worden
5
I