HomeDe openbare en de vrije schoolPagina 22

JPEG (Deze pagina), 725.80 KB

TIFF (Deze pagina), 5.22 MB

PDF (Volledig document), 21.36 MB

j 20
l In dit opzicht laten zijne uitspraken aan duidelükheid
niets te wenschen over.
,,Wanneer men", zóó sprak hij, ,,de natie naar de geloofs- _
. gemeenschap in vier deelen splitst" - bedoeld zullen wel
i zijn Israëlieten, R. katholieken, Protestanten en zü die tot.
` geen dier drie kerkgenootschappen gerekend willen worden
­ ,,dan heeft men, onder welken naam dan ook, een vierde
1 deel, dat men eenigszins beschouwt als heidenen. Die heide-
J nen moeten ook hunne school hebben, en deze zij de school,.
F waar onderwijs wordt gegeven, niet doortrokken van eenige
· godsdienstige tint."
Opgemerkt dient echter te worden, dat hij tegelükertijd
verzekerde: ,Dit wetsontwerp voert geen nieuw recht in-
Het blüft getrouw aan de grondslagen in de wet van 18(`6
nedergelegd en in de wet van 1857 overgenomen?
De wet van 1878 werd in 1889 aan eene gedeeltelijke-
herziening onderworpen. Wel was destüds de godsdienstweten-
schap in het verdedigen van het goed recht als ook in de -
omschrüving van het woord godsdienst verder gevorderd,
maar omdat het thans slechts eene herziening van het tech- l
nisch gedeelte en niet van het paedagogisch doel der wet- Q
geving betrof kwam dat niet aan het licht, zoodat ten dezen Q.
opzichte de toestand bleef, zooals die na 1878 geworden was.
En hoe was deze geworden? g
De voorstanders van de Openbare school liepen in twee A
verschillende richtingen uiteen. Men had er, die zich bij de J
eerste meening van den wetgever van 1878 aansloten, die ”
vóór de besliste, de absolute neutraliteit waren, en die zich
mitsdien van allen godsdienst onthielden, vreezend dat zij ·
zich door het ergeren van godsdienstloozen aan wetsover· f
j, treding schuldig zouden maken. Immers het onderwijs moest S
.j zijn ,,niet van eenige godsdienstige tint doortrekken? Naast
hen stonden zü, die, volgens de tweede verklaring van den
wetgever van 1878, de wet als eene voortzetting beschouw- z
den van het werk, in 1806 en 1857 tot stand gebracht. Der-
halve oordeelden zij, dat het onderwijs wel degelijk een ·
j
l
[