HomeDe gevolgen van de december-vorst voor de plantengroeiPagina 7

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 10.24 MB

PDF (Volledig document), 10.91 MB

I2 N N N N N N N DE LEVENDE NA TU UR ;
typische planteneters van het gezelschap. De volgende soorten zijn alle roovers.
Naucoris is wat grooter en breeder gebouwd. Het is de moeite waard, hem met zijn W
scherpe sikkelvormige voorpooten vlookreeftjes te zien buitmaken. Hij is wat minder t
algemeen dan Corixa, evenals de ruggezwemmer Notonecta. Laatstgenoemde ver- ` .j­` E `i.te
toont ook de bootjesvorm, maar is door zijn lichte rugzijde gemakkelijk van de andere « §ifïi*Q"Zj¥;_¥
te onderscheiden. . ge
Alle andere waterwantsen en ook vele visschen hebben een donkere bovenkantien een T
/ MM _. HCYIIC buik'. Ze zwemmen
i ZK ‘ ­ j _y ’ met de buik omlaag. No- yïgj. E
l` lf ' ' 8 tonecta heeft echter een
n á g j ‘ lichte rug en een donkere
"’~· jij . _ wàü ste;dê·or1ngeke§rdàzo;dat g 3
M oo i em e on ere ‘ gl ·‘..‘ F-
l %, jj *~­. zijde lioven is. Mogelijk iit=”
j ïfï , ‘ §_§ is het voor een waterdier
van biologische beteeke-
‘*g§2“ # " {I. nis om een donkere zijde J
I ' / kant naar beneden te heb-
j / ben. Een lichte bovenkant
. zou hen voor vijanden
V äêlsljçëj (reigers bijv,) tegen de
' ' 4 donkere achtergrond wel- alge.
` ‘·l 2. ra.? Lt licht beter zichtbaar ma- ïgïf .'ï‘ ._ f·£;,
I V; l _~Li1ï... vd . r
J V/E Dan duiken tusschen i ’ >g`i
_· S ~‘ \ het flap nog een paar gi i.­_ a,Li§;,§'_
,,,.« ? ï;i ‘ wantsen op, die rustig [
wegloopen, alsof ze op I
~ Ook in het water be- _r ,_f”f£g
3‘ / wegen ze zich steeds ` Y y._·
langzaam loopend tus- __ _i _
Fig. 1. Enkele waterwamsen. 1. Nepa. 2. Corixa. 3. Naucoris. sehen de waterplanten ‘‘`, ï“;
4- Ranam g- GtiJ1>z><·¤w"­ vooreneizijndewarer- .W =
schorpioen Nepa en de zonderlinge Ranatra, welke aan een wandelende tak herinnert. u _? J , .
Bij beiden eindigt het achterlijf in een buis, die ze om adem te halen naar de opper- j ' _.
vlakte brengen. Vooral bij Ranatra bereikt die buis een respectabele lengte. H ‘
De bekende schaatsenloopers, Gerris, zijn ook waterwantsen. Zij bewegen zich * F
snel op de waterspiegel voort, door hun middelste pooten gelijktijdig achteruit te E i
slaan. De andere pooten doen dienst als steunpunten (zie fig. 2 en 3). Die steun wordt j ij
hun geboden door de oppervlaktespanning van het water. Aan de hand van het vol- = E
gende model kunnen we het mechanisme hiervan beter begrijpen: j je ¥_‘ ·