HomeOntwerp van het eerste boek van een wetboek van strafregtPagina 9

JPEG (Deze pagina), 722.80 KB

TIFF (Deze pagina), 4.98 MB

PDF (Volledig document), 12.24 MB

I ä
j nog verre, dat de wetgever het initiatief in deze belang-
i rijke kwestie zal nemen. Dat zij bij de behandeling van
j het ontwerp van wet ter sprake zal worden gebragt, be-
g twijfelen wij evenmin, als dat zij ook dan in den geest
van het aan te nemen gevangenisstelsel besproken zal worden.
Wat nu de straffen betreft, in art. 3 van het ontwerp
genoemd, de voorgestelde onderscheiding in zware en ge-
zoone tuchthuisstraffen, zal ieder voorstander van het peni-
tentiair stelsel ongaarne opgenomen zien in de rij der
straffen, indien men namelijk den tijd gekomen acht, om niet
een gekombineerd, maar slechts één zuiver gevangenisstelsel
in te voeren. En, dringt men dan behoorlijk in den geest
van het pcnitentiair systeem door, dan zal men tot het be-
sluit moeten komen, dat de strrf voor den misdadiger etn-
digen moet, als de cel achter hem gestoten wordt. Gelukkig
j stemt de Regering tot op zekere hoogte met dat gevoelen
, in. Zij wenscht immers dat de eerloosverklaring den mis-
' dadiger niet meer buiten de gevangenis vervolge; dat de
§ onderscheiding tusschen kriminele en korrektionnele zaken
i wegvalle en wil alleen dat bij sommige misdrijven, in het
l tweede boek te bepalen, eenige regten en bevoegdheden ont-
zegd zullen worden. Art. 2l legt den regter dit niet be-
i paald op, maar geeft hem de bevoegdheid om tijdelijk en
i in de gevallen bij de wet bepaald, die ontzegging uit te
‘ spreken. Deze bepaling kan in het algemeen genomen weinig
schaden, omdat zij minder naar buiten werkt en voor som-
migen zelfs met het oog op het welzijn hunner betrekkingen
heilzaam werken zal; doch wij vragen of onder anderen het
sub n°. 3 genoemde verbod, tot uitoefening van de ouder-
, lijke magt, subsidiair bij het vonnis uitgesproken, onherroe-
l pettj/e zal zijn, ook bij overtuigend, gedurende de gevangen-
schap, gebleken terugkeer op den beteren weg? Tien jaren
lang zal de ontslagene dan, voor het oog der wereld gere-
habiliteerd, maar in zijn eigen gezin, tegenover zijne eigene
kinderen als vroegere misdadiger aangeteekend staan! In
het beheer zijner goederen kan de ontslagene volgens art. 20,
{ ,,wanneer voldoende blijkt van diens verbeterd gedrag" her-
steld worden, doch van de uitoefening van het heiligste en
natuurlijkste regt blijft hij ­ immers wij vinden van eene
opheiäng niets in de wet - verstoken. Het slot van art. 27
‘ doet juist aan eene ontzegging dier regten en bevoegdheden
nu de gevangenisstraf denken, en kan hem uit den aard
der zaak ook dan eerst treffen.
, Uitgaande van de stelling, dat de straf zooveel mogelijk
j met de gevangenschap eindigen moet, zal men ten minste
i den geest van het penitentiair stelsel in acht nemen, dan
schijnt de onderscheiding waarop wij straks doelden, tusschen
de gevangenisstraf, zware en gewone tuchthuisstraf, gemist
te kunnen worden. De ontwerper stelt prijs op die onder~
scheiding op grond van de algemeene volksscbatting, ,,die
nu eenmaal gewoon is geraakt om aan tuchtbuisstraf het
denkbeeld van grootere schande dan aan gevangenisstraf
te hechten, doch behalve dat hier ook van toepassing zou
kunnen zijn : ,,1,e crime fait la honte et non pas l’éeh¢y’and,"