HomeOntwerp van het eerste boek van een wetboek van strafregtPagina 6

JPEG (Deze pagina), 751.77 KB

TIFF (Deze pagina), 4.98 MB

PDF (Volledig document), 12.24 MB

4
Levenslange tucht, lijfstratfen en publieke tentoonstellin-
gen blijven gebannen, en worden door den arbeid aan
openbare werken, niet weder in het leven geroepen.
Nachtelijke afzondering in de gemeenschappelijke gevan-
genissen wordt ingevoerd.
Niet opnemen der eerloosheid als eene bepaalde soort
· van straf.
De onderscheiding tusschen kriminele en korrektionele
straffen wordt niet behouden.
De aanplakking der vonnissen van veroordeeling, als in
lijnregten strijd met het cellulair­systeem, is niet voorgesteld.
Bij de aanstipping der voordeelen die wij in het nieuwe
ontwerp hebben aangetroffen, onthouden wij ons natuurlijk
van alles wat meer dadelijk op regtskundig gebied ligt, en
zullen hetzelfde in acht nemen bij het ter nederstellen
onzer gedachten over de leemten die naar ons inzien doch
alleen met het oog op het gevangeniswezen in het ontwerp r
liggen opgesloten.
Alleen wagen wij het onze teleurstelling uit te druk-
ken, dat de doodstraf zoo geheel onvoorwaardelijk de rij
der straffen opent, en dat de minister zoo weinig woorden
noodig geacht heeft, om te betoogen dat de maatschappij
hare afschaffing voor als nog niet gedoogt; dat de gods-
dienstleer de doodstraf niet veroordeelt. Wij eerbiedigen
ieders gevoelen over het verschrikkelijk regt dat de maat-
schappij zich toekent, ­ wij ontkennen niet dat de gods-
dienstleer geen verbod daartegen in zich bevat, maar
vinden wij dat verbod al niet in het geschreven woord
opgenomen, zoo zou er toch, als wij den geest dier leer raad-
plegen, eenige twijfel kunnen rijzen, vooral in eenen tijd als t
den onzen, in het midden der 19de eeuw, op het oogenblik t
dat men gereedstaat een boeiestelsel voor de plegers van ,
het misdrijf in te voeren. Blijft men daarbij de zaak `
bloot van een maatschappelijk standpunt beschouwen, l
ja dan schijnt de schrik voor een geweldigen dood meer
dan ooit noodig te zijn om de gruwelen, die wij om j
ons heen zien plegen, te beteugelen; doch bedenken wij t
daarbij, hoe bij het bestaan der doodstraf zoo hier als
elders die gruwelen toch gebeuren, hoe dikwijls kort na
zulk eene strafoefening wederom doodschnldige misdaden ,
worden gepleegd, dan zou, zelfs uit een zuiver maatschap-
pelijk oogpunt, de vraag niet zoo onnatuurlijk zijn: ,, Zou
eene langdurige straf in afzondering te omiergaazz, niet nog
afschrikkender zijn dan de dood, die vele booswichten, wier-
den zij niet daarin verhinderd, zich zelven toch vaak trach-
ten aan te doen?"
Daarbij vergete men niet, zoo als de wijze van uitvoering
der doodstraf thans in het wetsontwerp is voorgedragen, kan
zij als afschrikkend voorbeeld niet meer hare verdedigers
vinden, want noch de aanplakking van het vonnis aan de hoofd-
deur eener verwijderde gevangenis, of onder de vele ge-
schriften aan het raadhuis, noch het klokgelui dat iederen
ochtend en avond toch gehoord wordt, zal op de wufte
menigte eenigen gewenschten indruk achterlaten. En in dien