HomeOntwerp van het eerste boek van een wetboek van strafregtPagina 17

JPEG (Deze pagina), 740.28 KB

TIFF (Deze pagina), 4.98 MB

PDF (Volledig document), 12.24 MB

t
1
Y .15
Nu de veroordeelingen tot cellulaire opsluiting meer en meer
toenemen (in 1857 bedroeg het getalcellulair veroordeelden
234 meer dan in 1856) en de gevangenissen in het geheele rijk
slechts een zeshonderdtal cellen bevatten, zal de behoefte
daaraan zich dringender dan ooit doen gevoelen, in welke
behoefte niet zal kunnen worden voorzien door het leggen een
funderingen tot cellen-gevangenissen, maarhet daarop bouwen
. van zalen, zoo als het rapport van den heer xnspekteur over de
j gevangenissen in zgn sleteslzek over 1857 vermeldt. Betere
, pennen. dan de onze zgn over dien. bouw van zalen en
cellen 1n een en hetzelfde gest1cnt,’1n beweging gebragt,
2 zoodat wij daarover het harnas met weder zullen aan-
t trekken. De melamerpáese van die zalen in cellen in de
{ naar een nieuw plan ingerigte huizen te Roermond, Goes,
Dordrecht en waar ook elders, zal eenmaal, zoo wij hopen,
ig van de weinige ingenomenheid der Wetgevende Magt met
j halfslachtige stelsels het bewijs leveren. Onze overtuiging
van het verkeerde daarvan is niet geschokt, al wordt het
ook voorgestaan, met alle kracht vastgehouden door een
j hoog geplaatst ambtenaar, die sedert eenigen tijd met _de
l inspektie der gevangenissen is belast. Tegenover zijne
overtuiging en die van weinige anderen, hoe diep gewor-
teld ook, staat bijna alles over wat zich in de gevangenisn
wereld, en met zijnen ftijd mede, beweegt.
Dat wij die overtuiging diepgeworteld mogten noemen,
blijkt daaruit, dat, niettegenstaande de weinige gevallen
_ van zelfmoord en waanzin in 1857 geheel bnilen de cellen
l omgingen, de steller van bovengenoemd rapport op grond
`- van een aanzoek van regenten tip Assepl, adjiserende tot
l verwïderiis van een veroorcleel e uit e ce, en op een
I brief Jvan eän cipier te Sneek tot de conclusie komt; ,, Ik
j haal deze brieven alleen aan als een bewijs voor het raad-
zame om geene gevangenis uitsluitend cellulair in te rigten."
Die brief van het hoofd eener gevangenis te Sneek, voor
f 30 gevangenen, verdeeld 1n negen cellen en zegen zalen,
i wordt in zijn geheel medegedeeld. Er wordt daarm gespro-
t ken van een gevangene, die, lyclende aan rlealrlemr freer-
j rekende koorlsen, ijn de celkwas opgeslotená Drêe dageäi ging
Q het oed, toen ij 0 ze‘eren morgen en ewaar er bij
het äpenen der celdeuli ontsnapte, uitroepende: ,, niet meer
j in de cel, ikl duif niet megr in de cel." Had dig anàbtenaaii
; uit dit geva nu de behoe te aan eene zieke-( nb ele) ce
il willen betoogen, hij zou volkomen in zijn regt geweest zijn. In
ieder cellen­gevangenis moeten die aanwezig zijn, want der-
j gelijke gevallen komen, hoewel zeer zeldzaam, toch soms voor,
doch een tijdelijke bewaking en daarop gevolgde l1gcha­
gt melgke genezing brengt later het gemoed weder tot rust.
Men versta ons echter wel. Er is geene behoefte aan
Q` kleine zalen, maar slechts aan eene min of meer ruimere
ii- cel, geschikt om bij ziekte eenen gevangene met zijn be-
waker op te nemen.
, Zonder nu in eenig opzigt het voorgevallene in het huis
van arrest te Sneek te willen beoordeelen, geven wij de
verzekering, dat de voorstanders van zalen en cellen telkens
l
r