HomeOntwerp van het eerste boek van een wetboek van strafregtPagina 16

JPEG (Deze pagina), 741.38 KB

TIFF (Deze pagina), 4.98 MB

PDF (Volledig document), 12.24 MB

. 4
Y 14 .
l
. wij volkomen het gevoelen des ministers deelen over de
i veelrnalen behandelde straf van deportatie. In vorige tijden,
toen, vooral in naburige rijken, veel zwaarder straiïen op
het misdrijf bedreigd waren, had men grootere behoefte aan
eene overplaatsing van zoo vele misdadigers, en aanvankelijk
schijnt het geene ongunstige resultaten te hebben opgele-
verd. Thans, nu Engeland met zijne uitgebreide koloniën
I en vele middelen weder den weg van proefnemingen is g
ingeslagen en die op Ceylon en Mauritius, zoo als wij in 2
het rapport der staatscommissie op het adres van den heer j
F. H. van Vlissingen c. s. lezen, ongunstig is uitgevallen,
kan men bezwaarlijk in onze niet minder heete lnchtstreken Q
tot dergelijke proefnemingen overgaan. Het rapport heeft i
dan ook ongunstig geadviseerd en wijst op eene mislukte ?
proeve, in 1684t op verzoek van den gouverneur van Suriname j
genomen. Men zond misdadigers daarhenen, om als krijge- l
lieden de Indianen te bevechten, doch reeds vier jaren later gi
werden in eene mniterij de gouverneur en kommandeur
gedood. E
E Hoewel dit antecedent als afschrikkend voorbeeld slechts ä
eene betrekkelijke waarde heeft, daar men zulke lieden wel
spade en ploeg, maar geene wapens in handen behoort te
geven, zou eene vereeniging van zulke elementen in onze
koloniën bedenkelijk kunnen zijn en in alle gevallen tot
groote kosten van bewaking aanleiding geven. Eindelijk
zou het deportatiestelsel onder de strenge hand der militaire
magt, als middel tot zedelijke verbetering, ook weinig aan- E
prijzing verdienen. .
In de memorie van toelichting vinden wij tot ons genoe- ,
gen nog op art. 30, titel II, aangeteekend: dat de sm¢ ·
baarheid der dronkenschap op zich zelve in het Tweede á
Boek ter sprake zal worden gebragt. Nu dronkenschap in
de wet weder als verzachtende omstandigheid wordt toege- Ji
laten, achten wij de straf op het kwaad als zoodanig ratio- 1
neel, en hij, die den ontzettenden invloed daarvan op het j
misdrijf van nabij heeft leeren kennen, zal de noodzakelijkheid
van eene dergelijke strafbepaling niet kunnen loochenen.
’l
` De politieke gebeurtenissen der laatste dagen, die wij
zeker met vele vrienden van rust en orde betreuren, zullen, l
gelijk wij vreezen, niet alleen de groote ondernemingen voor
volkswelvaart in ons land in den weg staan, maar ook van
invloed kunnen zijn op het onderwerp dat wij behandeldeu. r
En toch, de minister wijst er op in de toelichtende me-
morie, ,,hoe o zamensteiling van een nieuw wetboek van Qi
strafregt een dringend noodzakelijk werk is, dat met ernst tl
aangevat en afgedaan behoort te worden. Zoo is er behoefte
aan verschillende huizen van arrest, aan kantonnale huizen ,ï
van bewaring, aan aanbouw en onderhoud van gevangenis- li
sen; maar zoolang het nog onzeker is, welke bepalingen
de wetgevende magt daaromtrent maken zal, is het zeer ’
onraadzaam inmiddels met bouwen en verbouwen van ge- .
vangenissen, hoe wenschelijk ook, voort te gaan."
t