HomeOntwerp van het eerste boek van een wetboek van strafregtPagina 14

JPEG (Deze pagina), 755.09 KB

TIFF (Deze pagina), 5.01 MB

PDF (Volledig document), 12.24 MB

j 12
Moge het oogenblik spoedig dáár zijn, dat men niet
meer, door de wet gedwongen, zulke verzoeken meêdogen­
loos moet van de hand wijzen!
Doch hoe te handelen met den misdadiger die de poema
mom proxima op zijn hoofd heeft geladen; zal daarvoor
ook eene tienjarige gevangenisstraf voldoende worden geacht?
j Veel zal de beantwoording dier vraag afhangen van eene
' andere, namelijk tegen welke misdaden die straf bedreigd j
l zal worden. Blijft de toestand zoo als thans, dan komen
F die vonnissen zoo zeldzaam voor, dat men 0. i. niet hui- i
g veren moet om daarvoor eene uitzondering op den regel “
toe te laten, door eene twaalfjarige gevangeuistraf (geëven­ vl
ï redigd aan 20jarige tucht in gemeenschap) toe te passen.
§ Vindt de straf tot verbanning ingang, dan kon die gevan- ;
L genisstraf door tijdelijke verbanning worden opgevolgd, waar-
door die straf zich slechts tot twee, zeldzaam voorkomende
j gevallen - de bovenbedoelde, en (komt eenmaal die tijd) ;
l die de doodstraf vervangen moet -- zou be erken. ’
l Wij hebben getracht uiteen te zetten, d)at de cellen-
l straf, moge zij al door haren duur minder afschrikkend
zijn, door haren aard voldoende daar aan te gemoet komt
en dus zwaar genoeg is om, zoo veel bedreigde straffen l
j. dat vermogen, het kwaad te beteugelen. Laat ons nu, met Q
Q het oog op de tweede bedenking, in overweging nemen,
‘ of eene uitbreiding van 5 op 10 jaren onoverkomelijke be-
l zwaren oplevert ­-­ of die straf kan geacht worden te
Q zwaar te zijn?
i Gold de eerste bedenking de veiligheid der maatschappij,
j de laatstgenoemde moet ons niet minder zwaar wegen, want
‘ menschelijkheid, regt en billijkheid doen die bedenking
i in ons gemoed oprijzen. Wä hebben er evenwel in een vorig
artikel onze gedachte reeds over gezegd en kunnen ons l
j dus bij enkele opmerkingen bepalen. In de eerste plaats
bedenke men dat het maximum van 10 jaren slechts en- l
j kelen zal treffen. Dat het cellulaire systeem wél de af-
j zondering, doch geene volstrekte eenzaamheid oplegt. Dat
i de gevangene, onder aanhoudende werkzaamheid, toespraak,
l onderwijs enz. zich eindelijk als met de plaats waar hij ‘
_ zich ophoudt, vereenzelvigt, en dat de afzondering, voor l
hem die betere gevoelens in zich voelt oprijzen, eene wel-
1 daad is tegen over een veel langer verblijf dan 10 jaren in 1
l de nabijheid van allerlei diep gezonken lotgenooten, waar de 1
; overmagt der zonde elke kiem van zedelijk herstel verstikt. .
l Al het aangevoerde ten gunste van het afzonderings­
systeem zou intussohen veel van zijne kracht verliezen, indien
een langdurig verblijf in de cel tot waanzin en zelfmoord j
leidde. (*) Zonder dat meermalen opgeworpen en bestreden
punt op nieuw aan te roeren, mogen wij er gelukkig op r
wijzen, hoe de Minister dàt bezwaar, door de opname van Q
l (*) In alle Rijksgevangenissen hebben in 1857 vier zelf- *
moorden plaats gehad en kwam er één geval van krank- E
zinnigheid voor. Geen van allen onder de cellulaire ver~ 1
oordeelden. ,