HomeOntwerp van het eerste boek van een wetboek van strafregtPagina 13

JPEG (Deze pagina), 713.59 KB

TIFF (Deze pagina), 4.93 MB

PDF (Volledig document), 12.24 MB

M 11
· in den regel wordt toegepast. Zij toch zullen dan den om-
1 gang met mede-boosdoeners derven, die de gevangenschap
zoo dragelijk maakte; niet meer in eene maatschappij wor-
g den opgenomen, voor welke alleen zij nog de geschiktheid
g behouden hebben.

ä vl
j Voor zooveel de geschonken ruimte ons veroorloofde
hebben wij de bedenkingen tegen eene langdurige cellu-
laire opsluiting trachten op te lossen. De vraag blijft nu
ll nog ter beantwoording over, welke het maximum zou be-
hooren te zijn, waartoe men de afzondering zal kunnen
en moeten opvoeren?
In verband met eene, bij de gevangenisstraf uit te spre-
ken veroordeeling tot verbanning en het doellooze en nood-
jlï lottige veelal van zeer langdurige opsluiting in aanmerking
" nemende, achten wij een maximum van tienjarige gevangenis-
sirzyf met een aan te nemen boete-stelsel in overeenstemming.
Naar den tegenwoordigen maatstaf zou die tienjarige
opsluiting met twintig in gemeenschap gelijk staan en met
bijkans zeventien jaren, naar dien, welke de Regering er
in het vervolg aan meent te moeten toekennen.
Y Twee bedenkingen kunnen er tegen een tienjarig maxi-
mum worden aangevoerd. Sommigen zullen het welligt als
te kort, als niet afschrikkend genoeg, anderen als te lang,
als te zware straf verwerpen.
Tot oplossing van het eerste bezwaar, wijzen wij op den
zoo zeer veranderden aard van straf, die in vele opzigten
niet te vergelijken is met de gemeenschappelijke opsluiting.
Op grond van ondervinding zijn wij in staat den schrik te
beoordeelen dien de cel te weeg brengt in het gemoed van
zware misdadigers; van hen die gewoonlijk onze groote gevan-
t genissen bevolken. In de cel missen zij alles, wat weêrklank
in het booze hart vindt; zamenspreking, zamenspanning, spel,
ontucht en wat niet al meer dat hun eenigst levensgenot xs.
{ Mag men niet aannemen, dat zulk een, die van dat alles
verstoken, tien jaren in de stille cel heeft doorgebragt,
Q onder afschrikkender indrukken de gevangenis verlaat, dan
q hij die eene veel langere opsluiting in gemeenschap heeft
ondergaan? Meer dan ooit zal hij van nieuw misdrijf zich
t onthouden en voor den recidivist hoofdzakelijk zal toch die
` langdurige straf in de wet moeten worden opgenomen.
o Men zal ons welligt tegenwerpen, dat die afschrik tegen
‘ de afzondering niet algemeen zoo groot is; dat men voor-
‘ beelden heeft van aanvragen om tot 10 en 12 jaren toe
t in die afzondering te mogen doorbrengen. Hoewel wij
Y dat feit gaarne als waarheid aannemen, moeten wij de
ä daaruit te maken gevolgtrekking met alle kracht bestrijden.
‘ Die rekwesten gaan in den regel uit van hen, die voor de
i eerste maal zich aan zware misdaden schuldig gemaakt
t hebbende, in de afzondering tot het inzigt kwamen, dat
1 er nog behoud voor hen mogelijk was, indien zij dáár, buiten
. aanraking met andere misdadigers konden blijven.