HomeEngeland's aandeel in den oorlogPagina 19

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.39 MB

PDF (Volledig document), 35.65 MB

S
Q 17
E de wenschelijkheid opmerken van een verplaatsen van de
; Engelsche strijduiacht naar den uitersten linkervleugel van de
è Fransche linie, waar zij in nauwer geographische verbinding met
Engeland zijn en tevens de havens van het Kanaal tegen den
vijand beschermen kon. Het denkbeeld werd aanvaard en met
j groote bekwaamheid uitgevoerd. In de tweede week van October
nam het Britsche Leger bezit van de lijn in Zuid­Vlaanderen en
tot op heden is het daar gebleven, en heeft de Noordelijke poort,
die tot Frankrijk toegang geeft, gesloten gehouden.
Eens naar het Noorden verplaatst, viel aan het Britsche Leger
een taak ten deel, waarvan de zwaarte moeilijk kan worden over-
schat. Van een beslissend offensief kon geen sprake zijn, want al
waren de verliezen, gedurende de eerste twee maanden van den
veldtoeht geleden, aangevuld en al waren een derde Corps en twee
divisies uit Indië het leger komen versterken-het werd in aantal
" nog altijd ver overtroffen door de strijdkrachten die de Duitschers
in staat waren, er tegenover te stellen. Het zou echter moeilijk
zijn-als een voorbeeld van een defensief niet alle kwade kansen
tegen-om van de verdediging van den vooruitgesehoven hoek
van Iperen door de Engelsehe troepen, gedurende den grooten
slag die op 20 October aanving en op 11 November met het afslaan
van de Pruisische Garde eindigde, de weerga te vinden.
" Laat ons wat hier werd volvoerd "-­schrij ft John Buchan
in The History of the VVar (Vol. IV., pag. 114-116)-" in de
eenvoudigste woorden weergeven. Tussclien Rijssel en de
zee hadden de Duitschers niet minder dan een millioen
man. Zes van hun veertien legercorpsen waren linietroe-
pen en ook de nieuwe formaties waren geduclit in den .
aanval-- geduchter misschien nog dan de oudgedienden.
omdat zij versch waren en de vlijmscherpte van hun
verwoedlieid nog heelemaal niet was afgestompt. De op-
geschoten knapen en gebaarde mannen, die het vaak voor
onzen tegen-aanval moesten afleggen, legden in hun eerste
aanvallen een ongelooflijke doedsverachting aan den dag.
. Zij waren aan de soldaten van de Revolutie gelijk, menig-
. maal te gevaarlijker, naarmate zij zich minder aan de
regels van de vechtkunst hielden. Tegenover dat deel van
deze scharen die wij vóór ons hadden, stelden wij afdeelingen,
g die in den beginne nog geen 100.000 man telden en die nim-
ï mer meer dan 150.000 man sterk zijn geweest.
L " In den uitspringenden hoek van Iperen hadden wij,
gedurende het verwoedste deel van de worsteling, drie divi-
sies en eenige ruiterij om aan vijf legercorpsen, waarvan drie
. uit linietroepen bestaande, het hoofd te bieden. Voor het
E grootste deel van twee etmalen hield één divisie het over een
front van acht mijlen tegen drie legercorpsen uit. Gedurende
_. dit razend handgemeen kwamen vreemde dingen voor. Een-
j heden raakten hopeloos in elkaar verward en officieren zagen
f zich gedwongen iederen man, dien zij konden vinden, in de
j bres te werpen. Meermalen vond een luitenant zich aan het
_ hoofd van een bataljon of leidde een brigade­generaal een
of meer eompagniën, of, in weer een ander geval, een divisie.
Op één oogenblik had een brigade­generaal niet minder dan
7059 ' A 5