HomeEngeland's aandeel in den oorlogPagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.07 MB

TIFF (Deze pagina), 7.32 MB

PDF (Volledig document), 35.65 MB

al

tit 8
dan nog het als natie opgescheept zijn met een lange en
verbitterde oneenigheid tusschen werkgever en werkman in
I zekere belangrijke onderdeelen der nijverheid. Productie werd
gebonden aan de verordenüigen der Trade­Unions. Geschillen 7
Q omtrent de loonen leidden tot werkstakingen en zoowel meesters
als werklieden zagen zich beschuldigd van het misbruik maken
van den oorlogstoestand om eigen levensvoorwaarden vooruit te ,
helpen. Van tijd tot tijd gevoelde zich het nationaal geweten
l`? door deze voorvallen ernstig verontrust en werd de vrees uit-
gesproken, dat men bij een niet talrijk maar belangrijk deel der
bevolking tevergeefs met een beroep op vaderlandsliefde aanklopt.
Het zou gemakkelijk vallen het onweerlegbaar bewijs te leveren,
dat dit kwaad niet zoo algemeen verspreid is als sommige
schrijvers in het buitenland zich verbeelden-toch waren de
toestanden in de arbeiders-wereld ernstig genoeg om buitengewone i
wettelijke voorziening noodzakelijk te maken.
Na aldus de voornaamste gronden te hebben uiteengezet voor
jl- de bekommernis, dat het hart van Groot-Brittanje wellicht niet
in zijn geheel opgaat in den strijd, komt het ons wenschelijk voor,
op beknopte en onopgesmukte wijze te doen uitkomen wat het
Britsche Rijk dan wel (ZCZCICZZUG/°d'€Z'lijk aan de zaak der Bond-
genooten heeft bijgedragen. Een korte opsomming der feiten zal
Q? immers voldoende blijken om aan te toonen dat de moeilijkheden,
tiï tegenvallers en misslagen, waarop wij zoo juist het licht lieten
vallen, inderdaad niet veel gewicht in den schaal legden tegenover
Qv de diensten die Groot­Brittanje aan de gemeenschappelijke zaak
lj bewezen heeft en nog bewijst. Een nog belangrijker conclu-sie
§$ valt uit zulk een overzichtje te trekken. Het zal meer en meer
in het oog springen, dat de kracht van het Rijk toeneemt, dat
{-gi zij, van week tot week en van maand tot maand, aangroeit en dat,
terwijl het aaznvankelvïjk voordeel geheel aan de zijde van onze
tr? tegenstanders was, tijd onvermijdelijk de zijde kiezen zal van de
Bondgenooten.
VVat heeft het Britsche Rijk dan wel tot de zaak der Gealliëer­
den bijgebracht? ‘
ig Ter beantwoording dezer vraag, dunkt het ons best, eerst na te
gaan, wat de Engelsche zeemacht heeft uitgericht.
1. De Engelsche Vloot heeft de Duitsche vlag van de wereldzee
gevaagd. Alleen aan haar bijstand is het te danken, dat de
Duitsche Vloot, die het in sterkte van de Fransche wint, zich
buiten staat gesteld zag om de Fransche kustplaatsen te be-
schieten, oni een aantal Fransche oorlogschepen naar den bodem
der zee te zenden, om de Fransche mercantiele scheepvaart te
fnuiken en om het overvoeren van Afrikaansche troepen naar het
oorlogsterrein in Frankrijk ernstig in gevaar te brengen. Het
samengaan van de Engelsche Vloot met Frankrijk heeft echter
meer gedaan dan onzen Bondgenoot tegen deze zekere en
i geduchte gevaren te vrijwaren. Zij heeft op haar credit­zijde het
ç doen zinken van 40 Duitsche, 5 Oostenrijksche en 6 Turksche
oorlogschepen, het nemen of doen zinken van 116 Duitsche
koopvaardijschepen, ongerekend 18 vijandelijke bodems in de
buurt van het Suez-Kanaal buitgemaakt en eveneens ongerekend ;
(59 Duitsche schepen, in de havens van het Vereenigd Koninkrijk