HomeDe eindexamens onzer Hoogere BurgerscholenPagina 56

JPEG (Deze pagina), 706.24 KB

TIFF (Deze pagina), 7.56 MB

PDF (Volledig document), 41.24 MB

" l r
Q
53 .
u` eindexamen gewenscht blijft als controle op minder ijverige V
`·­ of onwillige docenten, acht ik noch serieus, noch van be-
lang. Evenmin kan ik medegaan met hen, die meenen, dat
de onrijpheid van het oordeel van jonge leeraren vóór het
behoud van het eindexamen pleit, waar ik zie: 10. dat vele
jonge leeraren tegenwoordig, bij gebrek aan beter, wel als
examinatoren in de commissiën moeten worden opgenomen,
en daar veel meer kwaad kunnen doen dan in de leeraars­
vergaderingen hunner eigen school, waar zij steeds eene
kleine minderheid vormen; 20. dat men hun de jeugd wel
toevertrouwt gedurende eenige klassen heen, en hun bij
overgangsexamens wel een oordeel toekent; 30. dat exami-
neeren eene veel zwaarder verantwoordelijkheid medebrengt
dan onderwijzen. '
_ III. Slechts zeer enkelen van het personeel in de Zuider-
inspectie ontkennen, dat er voor het eindexamen van dres-
suur sprake is. De meesten beamen, dat zij hun onderwijs
anders zouden inrichten, als het bekende spook er niet was,
l en dat hun doceeren dan meer vrucht zoude afwerpen. De
groote uitbreiding, die door het voortschrijden der weten-
schap sommige vakken nog steeds ondergaan, maakt beper-
king noodig. Deze is echter onmogelijk onder het vigeerende
stelsel (ook al zouden de leeraren in dezelfde provincie het
eens worden over de onderwerpen, die bij het mondeling
examen buiten behandeling zullen blijven), omdat tot de
schriftelijke opgaven 12 provinciale commissies medewerken,
zoodat men toch steeds voor groote verrassingen komt te
staan. Repeteeren van de zijde der docenten, en inpompen
van de zijde der candidaten om het Eindexamen en zijne
verrassingen in een 20­tal vakken blijft in de meeste ge-
Q vallen dan ook schering en inslag.
l IV. Het spreekt vanzelf, dat eene radicale herziening
l