HomeDe eindexamens onzer Hoogere BurgerscholenPagina 54

JPEG (Deze pagina), 645.25 KB

TIFF (Deze pagina), 7.59 MB

PDF (Volledig document), 41.24 MB

' Y
V s
l
ki
l .
B IJ L A G E N.
I. In 1908 werden bij de eindexamens in de provinciën
Gelderland, Overijsel, Utrecht, Limburg, No0rd­Brabant en
Zeeland (dus in de z.g. Zuider-inspectie) tegen de verwach-
ting van de leeraarsvergaderingen, die in Juni na gezette
overweging en ampele bespreking hare meening hadden
kenbaar gemaakt:
ct. toegelaten 34 candidaten, van welke slechts 7 als
,,twijfelachtig" gesignaleerd waren, en
b. afgewezen 17 candidaten; omtrent slechts 3 van dezen
was van eenigen twijfel sprake. Verder behoorde tot deze
17 afgewezenen een candidaat, die stellig naar eene fictieve j
zesde klasse zoude zijn bevorderd, d. w. z. die zonder examen
n om ijver, vorderingen en toewijding had behooren te slagen.
Zulke getallen spreken meer dan boekdeelen: 34 candida-
ten door hen, die van hunne kennis het best op de hoogte
zijn, het diploma omvceczrciig gekeurd, en toch zfoegelcmfen
door commissiën, in welke enkele hunner leeraren zitting
hadden, die echter niet mochten spreken, en hun op jaren
van omgang gegrond oordeel moesten doen zwiohten voor
den wisselvalligen uitslag van het eindexamen; dan 17, die
naar het oordeel der leeraren hadden behooren te slagen,
maar na het examen bedrogen uitkwamen. Waarom toch
ook een Staatsexamen voor jongens en meisjes, omtrent
wie men voldoende is ingelicht?
J De zaak wordt nog treuriger, als men ziet, dat op ëéne
__ school drie candidaten vielen, die hadden behooren te staan,
i terwijl de examencommissie drie anderen daarentegen over-
4:*