HomeDe eindexamens onzer Hoogere BurgerscholenPagina 48

JPEG (Deze pagina), 737.22 KB

TIFF (Deze pagina), 7.48 MB

PDF (Volledig document), 41.24 MB

. .4.a._,;_i, _ _,, . . .. «¥,% . ... . r _,, . ; i. , . . g
45
die ik voorsta, een grooten knak kreeg. Ik geloof niet, of-
schoon de mogelqï/c/wiel geenszins is uitgesloten, dat zooiets
{I) ooit weer zal voorkomen. Ik heb de vaste overtuiging, dat
1 -de menschen zich de groote verantwoordelijkheid en het
bijna onbeperkte vertrouwen zullen waardig toonen, die hun
l worden opgelegd en geschonken. Toch gevoel ik, dat het
d goed is, ook op Doetinchemsche verrassingen voorbereid te
zijn. Welnii, waar eenig geknoei wordt vermoed of gecon-
stateerd, kunne de Minister van Binnenlandsche Zaken
krachtig ingrijpen door te bepalen, dat de leerlingen dier
inrichting(en) eenige jaren lang met de extraneï voor de
,,dubbele beroepscommissie" komen. Ik onderstel, dat alleen
deze bepaling voldoende zal zijn, om geknoei of zorgeloos-
j heid te voorkomen. Voor de extraneï kan het tegenwoordig
reglement (mits zeer vereenvoudigd) blijven.
Het gevolg van de aanneming van mijn stelsel zal zijn, dat
de directeur veel meer het onderwijs zal moeten bijwonen dan
nu (met eene enkele uitzondering) het geval is. Hij toch ,
t moet volkomen op de hoogte zijn van het gegeven onderwijs
. J door aanhoudend bezoek der lessen. Vfordt op eene rapport-
vergadering zijne aandacht getrokken door de tegenstrijdige
berichten van de docenten over enkele leerlingen, dan moet
hij de oorzaken dezer afwijkingen in het oordeel trachten na
` te sporen. Dit kan slechts geschieden door veel klassebezoek,
en vooral door de leeraren te verzoeken, aan zulke leerlin-
gen in zijne tegenwoordigheid eens eene extra­beurt te geven.
Het ideaal zou zijn, zoo de directeur in alle klassen les gaf,
t -dan zoude hij al zijne jongens kennen. Maar dit is onmo­ A
· gelijk, èn om onze, ook al niet van paedagogisch inzicht
getuigende, regeling der bevoegdheden, en om vele van
onze kazerne­achtige scholen met de hemel weet hoeveel
leerlingen, waar van opvoeden bijna geen sprake meer kan
ll zijn, en die ik npädagogische Ungeheuer" zou willen noe-
men. In zülke scholen moet de directeur zelf weinig lessen