HomeDe eindexamens onzer Hoogere BurgerscholenPagina 36

JPEG (Deze pagina), 750.73 KB

TIFF (Deze pagina), 7.45 MB

PDF (Volledig document), 41.24 MB

.­á«.`..
33
rectie en beoordeeling aan de onderscheidene examinatoren
doet toekomen. Zóó gaat dat negen lange dagen achtereen.
Inmiddels zijn de commissieleden, al naar er werk voor hen
inkwam, aan het corrigeeren en beoordeelen getogen, een
arbeid, die met een soms 180-tal candidaten afmattend en 3
saai wordt, maar die moet geschieden, zoo conscientieus en
opgewekt mogelijk, opdat de candidaat niet lijde onder het
zoek­geraakte humeur van zijn beoordeelaar. Een paar dagen
voor het mondeling examen komen de commissies bijeen; de
toegekende cijfers worden op eene groote lijst verzameld, de I
vrijstellingen opgemaakt en verzonden naar de candidaten
(dezen hebben intusschen eene oproeping ontvangen voor V
het mondeling examen), en nu volgen 2 à 3 weken van j
grootendeels noodeloos examineeren, althans voor 80 O/O der f
' candidaten: de bekend goeden en de bekend onvoldoenden.
Eiken derden dag wordt de rekening voor de geëxamineerde
groep opgemaakt, en de uitslag medegedeeld. j
Als het examen is afgeloopen, volgt de slotvergadering l
-der commissie, waarin zij haar gewichtig rapport opstelt, ll
dat voor den Commissaris der Koningin is bestemd. De
` declaratiën worden tot een bedrag van eene kleine ton gouds
voor de onderscheidene cominissiën opgemaakt, en - de
arbeid is ten einde. Alléén volgt nog het drukken van een i
-300-tal exemplaren van al die verslagen, en op een goeden l
­dag in Januari krijgen de inspecteurs elk de helft daarvan {
in groote pakketten van het Departement thuis: zij hebben
j nog altijd hun breeden rug, en mogen die exemplaren nu
weder aan de verschillende scholen zenden; daarmede zijn
ze er af, tot in Maart d. a. v. dezelfde rondedans begint. -
Men moet in staat zijn, met eenigen humor al dat gewroet
·en gemorrel te bezien, om zijne kalmte te bewaren. De lezer
_ echter heeft al lang gedacht: ,,Wat hebben wij toch met al ,
' `die bijzonderheden noodig ?" [
De vraag is volkomen gerechtvaardigd, maar ik moest
K. TEN BRUGGENCATE, De Einclemmens. 3
K
. l