HomeDe eindexamens onzer Hoogere BurgerscholenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 712.55 KB

TIFF (Deze pagina), 7.35 MB

PDF (Volledig document), 41.24 MB

uïäësll. LL. .,.. · ·» - - ­ rr ·~>‘v Z
l
ä
11 `
mede aangezien, dat ik recht van spreken heb; daarbij heb i
j ik zulk een goed doel (n.l. het geluk onzer jongelui en de
I degelijkheid van ons voortgezet onderwijs) op het oog, dat
ik afkeurende critiek van mijn woord rustig over mij heen
zal laten gaan. Ik moest het spreken, alle andere overwe-
gingen ten spijt. Ik moest protest aanteekenen tegen wat mij
een van de "idols" van onzen tijd schijnt te zijn. Dat ik
niets persoonlijks bedoel, en van de nog levende illusie uitga
(waarmede ik vóór bijna 10 jaar mijne tegenwoordige taak
aanvaardde): iets te kunnen doen voor het mij zoo geliefde
onderwijs en de mij zoo dierbare jeugd (eene illusie, die ik
nog even krachtig heb in mijne wolkenlooze oogenblikken,
niettegenstaande de ervaring, dat wij, o zoo weinig! ten
goede kunnen uitrichten en onze arbeid zich eigenlijk bepaalt
tot mindersoortig werk, waar wij veel meer en beter zouden
kunnen), het behoeft eigenlijk geen betoog. Maar eerlijk biechten
wil ik; ik meen, dat het ontwikkeld publiek wel eens mag weten,
wat er zoo al omgaat in het gemoed van die (voor de meesten
zoo geheimzinnige) ambtenaren, die ze nu en dan in hunne
gemeente zien loopen, van wie de jongens vertellen, dat
,,de inspecteur op school is geweest", en van wie de meisjes
­ schalks opmerken, dat ,,het gele gevaar er was", maar over
wier wensehen, idealen en werken zij evenmin behoorlijk
kunnen oordeelen als over zooveel andere zaken, waarom-
trent ze toch spoedig met hunne meening gereed zijn. Onze
werkkring (en dat maakt hem dragelijker dan hij anders
zoude zijn) brengt ons ongezocht in aanraking met allerlei
menschen; wij zien en hooren meer dan de meesten, die er
al lang eene wel gevestigde meening op na houden, en -
kan het anders? - langzamerhand, en na schatten van erva-
ring te hebben opgedaan, krijgen wij lust, daarvan iets mede
j te deelen, dat der maatschappij ten goede moge komen.
{ Toch zouden zelfs al deze overwegingen niet in staat geweest
zijn, mij één letter op het papier te doen zetten over dit