HomePer exprestrein... achteruit!Pagina 26

JPEG (Deze pagina), 960.58 KB

TIFF (Deze pagina), 7.56 MB

PDF (Volledig document), 30.58 MB

l
l
· Ezau, die zijn eerstgeboorterecht verkocht voor een schotel linzen. f
Deze gemeentebestuurders verkoopen hun autonomie niet, zij ;
handelen niet vrijwillig. Zij zijn passief. Zij laten zich hun autono= l
mie door hoogere macht ontnemen. Zij matigen daarbij hun i
verzet, omdat zij het geld, dat dit wetsontwerp hun in de eerste I
jaren brengt, heelemaal niet kunnen missen. Zij zullen er dan wel g
in berusten, dat zij in verdere jaren bij uitbreiding van hun uitr *
gaven de autonomie feitelijk moeten missen. Misschien komt er «
tegen dien ti_jd ook wel weer een andere wet. Immers, de bepa= 2
lingen van een wet zijn voor wijziging vatbaar! Zoo troosten zij Z
zich met dezelfde gedachte, die ook door de Regeering als troost ‘
voor teleurgestelden wordt geuit, dat, wie in deze wet groote
gebreken ziet, er toch daarom niet sterk vijandig tegenover
behoeft te staan. omdat immers een wet te allen tijde kan worden ,
gewijzigd. Het is zelfs geen Grondwet, zegt de Regeering. Deze ’
gemeentebestuurders verlangen naar totstandkoming van de wet, .
zouden gaarne haar invoering een jaar vroeger zien om de zoo g
bitter noodige en zoo lang onrechtmatig en onredelijk onthouden
uitkeeringen. Van de autonomie is het jammer. Dat zeggen ze l
ook wel. Maar daar zullen zij naderhand nog wel eens over praten.
\’ant veel genoegen beleefden zij er in de laatste jaren toch ,
niet van.
In deze stemming, heerschende bij aantallen van bestuurders
van gemeenten, ligt ook de verklaring van de houding van het
Parlement ten opzichte van dit wetsontwerp. Ook in de kringen
van de Tweede Kamer was men murw gemaakt van verveling j
met het onoplosbaar lijkende probleem van de financieele verr T
houding tusschen Rijk en gemeenten. Bij een aantal Parlements¢ ~
leden trad sedert jaren ergernis op hun gelaat, wanneer men hun .
er over sprak. I
En toen er nu eindelijk een wetsontwerp was, waar de ge·meen=
tebesturen van Nederland wel critiek op hadden, hun orgaan ,
De Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten had er scherpe R
critiek op, maar waartegen zij toch niet in sterk verzet kwamen, I
voelden de meeste Parlementsleden: nu moet het maar. Dan ‘
komen wij ten minste eindelijk van dit gezanik af. Of, indien ze
niet zeiden ,,gezanik", zeiden ze ,,probleem". .
Voor een deel van hen had ook het goede element in dit wetsa `
ontwerp de betere verdeeling der algemeene lasten tusschen Rijk R
en gemeenten groote aantrekkelijkheid. Een deel der Parlements=
leden werd door het feit, dat aan d.e gemeenten een groot deel
van de autonomie in het financieel beheer werd ontnomen, niet
in beroering gebracht. Als dat noodig was, om dat oude vervelena
de probleem van de financieele verhouding tusschen Rijk en
gemeenten eindelijk eens opgelost te zien, dan moest dat maar.
24 .