HomePer exprestrein... achteruit!Pagina 24

JPEG (Deze pagina), 968.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.57 MB

PDF (Volledig document), 30.58 MB

in voldoend tempo uitvoering konden geven. Doch voor de ,
minder goed gesitueerde verkreeg de nood, door nalatigheid van _
de Rijksregeering veroorzaakt en verscherpt, een nijpend karakter.
Ten spijt van hooge belastingen konden een aantal gemeenten
niet in toch wel dringende behoeften voorzien.
Er kwam nu en dan een Staatscommissie om wat geworden
was het ,,probleem van de financieele verhouding" op te lossen. l
Zonder resultaat. Er kwam ook nu en dan een wetsontwerp.
Ook zonder resultaat. Zoo ontstond er in de kringen van vele .
gemeentebestuurders, vooral van kleinere gemeenten, een stem¤
ming van fatalistische wanhoop. De regeling van de financieele
verhouding, waarover chronisch veel gesproken en chronisch
veel geschreven werd en dan weer chronisch veel gezwegen, zou, ï
dachten zij, wel nooit komen. Wie in die kringen over de nooda ,
zakelijkheid van die regeling sprak, werd somtijds met schamper=
heid bejegend. Niet uit onvriendelijkheid jegens hem, maar om
het feit, dat men alle geloof in die regeling verloren had.
Zoo stond de zaak al vele jaren, toen de tegenwoordige Minister ,
van Financiën in 1921 een nieuwe Staatscommissie instelde. Er
waren een zeker aantal gemeentebesturen, die dachten, dat het
toen ging komen. Immers van de samenstelling dier commissie
was goeds te zeggen. Ook dit goede, dat de Vereeniging van
Nederlandsche Gemeenten er door haar directeur in vertegena
woordigd was. De Staatscommissie bracht na ongeveer 6 jaar
rapport uit. De vertegenwoordigers der Nederlandsche gemeen=
ten, vrijwel allen in de Vereeniging van Nederlandsche Gemeen;
__ ten georganiseerd, bespraken dit rapport in hun kringen. Zij waren
N lang niet allen enthusiast. Maar de algemeene meening was toch
wèl, dat de aanvaarding daarvan een begin van verbetering zou
zijn. Vrij algemeen hadden de grondslagen van het rapport, uit= r
werking van wat men noemde het vergoedingsstelsel, wel de ,
instemming van vele gemeentebestuurders. Men had gewenscht, E
dat op die goede grondslagen de voorstellen der commissie wat
forscher waren geweest. Maar men begreep, dat de commissie
opzettelijk haar eigen gedragslijn had gevolgd, beseffende, dat,
wanneer zij te veel in eens vroeg, haar rapport niet zou worden
gevolgd. Er bleef veel ruimte in de verdere toepassing van de
beginselen, die aan haar rapport tot grondslag dienden. Zoo
werden de voorstellen der Staatscommissie in de kringen van
gemeentebestuurders over het algemeen beschouwd als doel;
treffend van opzet. Op den voet van het rapport dier Staatsa
commissie zou voor een groot deel der gemeenten een redelijk
begin van verbetering zijn verkregen. Voor een kleinere groep,
die in haar financieele verhouding door het rapport niet zouden
worden gebaat, was uitbreiding der voorstellen noodig. Voor
22