HomePer exprestrein... achteruit!Pagina 21

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 7.57 MB

PDF (Volledig document), 30.58 MB

Er niet bij de hand. Maar toch hebben wij wel enkele sprekende
ing ` cijfers, die tot aanwijzing van dit verschijnsel kunnen dienen. Zij
ge= zijn ontleend aan Woytinsky, Die Welt in Zahlen. Ik vind daar,
gst dat in Zwitserland tusschen de jaren 1915 en 1925 de inkomsten
van der gemeenten zijn toegenomen in verhouding van 100 tot 210 -
zze ik noem nu maar niet de getallen, doch slechts de verhoudingen,
Jor want daar gaat het om. De uitgaven van de Zwitsersche kantons
ng, te zamen zijn in dat zelfde tienjarige tijdperk gestegen van 100
nz. tot 203.
die In Japan zijn van 1914-1915 tot 1925-1926 de inkomsten
rdt van de gemeenten gestegen in een verhouding van 100 tot 643
ier en de uitgaven van 100 tot 736. Dat is een nieuw land, waar
>de men in de zich sterk ontwikkelende steden later dan in andere
ing landen tot de vervulling van de collectieve behoeften gekomen
lag is, waarvoor dus thans veel meer geld wordt vereischt. In Engea
»en land en Wales zijn de gewone uitgaven tusschen 1913-1914 en
{et 1923-1924 gestegen in de verhouding van 100 tot 265.3, maar
dit dit cijfer geeft een te zwak beeld van de stijging, want in Engea
Ier land kent men het stelsel van vrijwillige subsidies van de Regeea
ring aan bepaalde plaatsen. Ik spreek verder niet over dat
stelsel en ga niet in op zijn verdiensten en gebreken, maar die
vrijwillige subsidies vullen de inkomens van een aantal gee
meenten belangrijk aan. Die vrijwillige subsidies nu zijn in die
ïke jaren gestegen van 22.6 millioen pond tot 78.3 millioen, in
nt: procenten uitgedrukt van 100 tot 346. In Zweden zijn de gemeene
telijke inkomsten van 1911-1915 tot 1922-1923 gestegen
in een verhouding van 100 tot 366 en de uitgaven, het
de blijken daar zuinige gemeenten te zijn, van 100 tot 309. Ik geloof,
or; dat wij allen weten, dat er in ons land ook eenige stijging
ke is geweest; ik denk, dat wij die cijfers allemaal uit ons hoofd
kennen. Uit de Jaarcijfers blijkt, dat in 15 jaren tijd de opbrengst
ger van de gemeentelijke belastingen van 1910-1914 tot 1927 gestegen
ec; is in een verhouding van 100 tot 480. Uit deze cijfers blijkt, dat
in het verschijnsel van die sterke stijging der uitgaven der gemeena
iie ten, die veroorzaakt worden door de nood·zakelijke, onafwendbare
of maatschappelijke ontwikkeling, internationaal is.1)
ou Bovendien, behalve op die waardeering zelf, berust de stelling,
Fel. dat de gemeente een steeds grootere plaats gaat innemen in het
elf openbare leven, dat de gemeentelijke voorzieningen in collectieve
ins behoeften steeds grootere uitbreiding gaan verkrijgen, ook op
ana logische redeneering. Of is de Regeering bereid te ontkennen dat
de .._.;....
Ou l) In die cijfers drukt zich ook uit de waardevermindering van het geld sedert
tea den oorlog. Doch indien men deze stelt op 70 procent en men houdt daarmede
yjj rekening, dan blijft de stijging toch in bijna alle landen nog groot.
19