HomePer exprestrein... achteruit!Pagina 14

JPEG (Deze pagina), 971.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.59 MB

PDF (Volledig document), 30.58 MB

En nu komt, waar het om gaat:
Dc OI1dCl'gCtCCl(Cl1ClCIl zijn HlltS(llCD te I`3.(lC QCQREITI, 21311 de gCHl€C11tCl`l de
bevoegdheid te vcrlecncn een cigcn vcrtcringsbelasting te heffen, waartegenover
dc door het Rijk gchevcn personeele belasting zal vervallen?)
De Regeering zegt het hier met groote duidelijkheid. Indien
men maar door wetswijziging er in slaagt, aldus is de zin van
haar betoog, dat de gemeenten den sluitpost van haar begrooting
niet meer kunnen vinden in het vaststellen van de inkomsten;
belasting, doch in het verhoogen van de personeele belasting,
dan zal het met die verhooging zoo’n vaart niet loopen. Wij
zijn het met de Regeering eens, zooals reeds uit het onder
punt 1 en 2 der aanklacht aangevoerde blijkt, dat het met de
verh ooging van de opbrengst der personeele belasting niet zoo’n
vaart zal loopen. De mogelijkheid toch om uit die verteringsa
belasting, zooals die thans omschreven is in artt. 30 en 31 van
het wetsontwerp, een belangrijk hoogere opbrengst te verkrijgen
dan thans door Rijk en gemeenten te zamen, zonder aan de
slecht gesitueerden een ondraaglijke heffing op te leggen, is
zeer klein. Behalve de grondslagen huurwaarde en mobilair
zijn de grondslagen voor heffing der personeele belasting slechts
bij een deel der ingezetenen toe te passen. Ieder, die zich van
die grondslagen rekenschap geeft, moet dit beamen. Zoo staat
vast, dat een ruimere opbrengst uit de heffing in de gevallen,
waarin de sluitpost hooger moet worden, niet te verkrijgen is
zonder de heffing van de algemeene grondslagen van huurwaarde
en mobilair belangrijk te verhoogen. De Regeering voert hier,
tegen aan, dat de heffing op bebouwd eigendom een bij uitstek
aangewezen gemeentelijke belasting is. Maar het is haar niet
onbekend, dat zeer vele dier bebouwde eigendommen woningen
zijn en dat ·zeer vele dier woningen worden bewoond door gezin;
nen, wier inkomsten nauwelijks voldoende zijn om de dekkende
huur voor een woning te betalen. Voor een ander deel worden
zij bewoond door gezinnen, die die dekkende huur wèl kunnen
betalen, maar met moeite, ten koste van inkrimping van andere
uitgaven, die noodzakelijk zouden zijn. De Regeering weet zeer
wel, dat verhooging van de belasting van huurwaarde beteekent
verhooging van al die huren, ook van de huren, die niet anders
kunnen betaald worden dan door ontberingen, en de Regeering
weet ook wel, dat het aantal perceelen, dat voor huurwaarde
aangeslagen is en die bewoond worden door gezinnen, voor wie
de huur na den oorlog reeds een zeer zwaar drukkende uitgave is
1) Op dit punt wijzigde de regeering haar ontwerp in den zin dat de Persoa
neele Belasting als Rijksheffing bleef bestaan, echter ten bate der gemeente.
12