HomePer exprestrein... achteruit!Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 964.55 KB

TIFF (Deze pagina), 7.61 MB

PDF (Volledig document), 30.58 MB

l
Ten tweede. Uit een en ander volgt, dat naar mate een ge¤
meenteraad zich gedwongen zou achten te besluiten om dit
middel, om zijn begrooting sluitend te maken, toe te passen, het
V karakter van zijn belastingheffing hoe langer hoe verde·r vera
wijdert van het streven om bij die heffing de draagkracht te
benaderen.
J Ten derde. Door het feit, dat bij de verhooging van reeds hooge
Y opcenten op de personeele belasting, wil men uit die verhooging
J een belangrijke opbrengst verkrijgen, met draagkracht weinig of
ge·en rekening zal kunnen worden gehouden, d.w.z., dat ook de
‘Q opcenten op de betrekkelijk kleine hoofdsommen belangrijk
] moeten worden verhoogd, zal de toepassing van dit middel, dat
f de Regeering den gemeenten biedt onder den naam van rekbaara
heid in de methode van de dekking van haar uitgaven, op grooten
afkeer bij de gemeentebesturen stuiten.
Het surrogaat voor de eigen inkomstenbelasting is dus in elk
opzicht verwerpelijk.
Derde punt van aanklacht:
De opbrengst der personeele belasting is zeer ongeschikt als
. sluitpost op de gemeenfebegrooting.
l De Regeering weet, dat dit middel niet passend is. Zij beseft,
dat de gemeenten er geen ruim gebruik van zullen maken. Nocha
tans is dit het eenige middel, waarop de Regeering zich kan
beroepen, indien zij beweert, dat bij de beperktheid van de opa
centenheffing op de fondsbelasting de voor het gemeentelijke
leven onmisbare rekbaarheid wordt verkregen door verruiming
van heffing der personeele belasting.
Dat de Regeering weet, dat dit middel veelal door de gemeenten
niet kàn worden toegepast, bleek reeds uit haar toelichting bij de
indiening van het wetsontwerp (blz. 10 Memorie van Toelichting).
Daar zegt zij:
lntusschen zullen, gelijk reeds bleek, voor de afgeschafte inkomstenbelasting
j mede in de plaats moeten komen nieuwe plaatselijke middelen. Niet vergeten
' behoort te worden, dat het budget van elke gemeente in laatste instantie
L mede door de eigen gemeentelijke gestie beïnvloed wordt. Het wezenlijk
Y bestaande verschil van opvatting in de uitvoering van de gemeentelijke taak,
; zooals dit ook ondanks het te voren aangevoerde niet kan worden miskend, zal
l . daarom tot uiting moeten blijven komen in de door de gemeentenaren als
i zóódanig te dragen lasten. De prikkel tot een zuinig beheer zal hierdoor blijven
gevoed, waars·chijnlijk zelfs in meerdere mate dan thans, nu de gemeentelijke
` belastingdruk slechts voor een gering percentage van het gemeentelijke beleid
t afhankelijk is, wat onder bepaalde omstandigheden den bezuinigingsijver druk=
ken en een fiscaal fatalisme voeden kan.
ll