HomePer exprestrein... achteruit!Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 7.59 MB

PDF (Volledig document), 30.58 MB

eigen inkomstenbelasting te heffen, zouden de gemeenten dit niet
gedaan hebben. Er bestaat een fictie, dat er gemeenten zijn, die de
gemeentelijke inkomstenbelasting tot hooge bedragen opvoeren
« zonder noodzakelijkheid. Deze fictie heeft ook de Regeering
beheerscht bij haar ondermijning van het gemeentelijke belastinga
stelsel. De bevoegdheid van de gemeenten, om van de gemeentea
• lijke inkomstenbelasting den sluitpost te maken op haar begroo¤
I ting, was historisch geworden. Zij sproot ook voort uit het begrip
_ benadering van draagkracht. De gemeentelijke inkomstenbelasting
i in Nederland is veel ouder dan de Rijksinkomstenbelasting. De
‘ bewering der Regeering, dat een inkomstenbelasting zich niet
leenen zou voor gemeentelijke heffing, gaat uit van de ontkenning
van het tastbare feit, dat ook bij de toepassing van deze belasting
naar draagkracht elke gemeente afzonderlijk beter in staat is de
, vereischte aanpassing aan de draagkracht der ingezetenen, belasa
tingschuldigen, aan te brengen of te benaderen, dan een Rijksa
inkomstenbelasting het kan bereiken voor alle gemeenten in
Nederland.
Wat de Regeering met haar belastingomwenteling in het wetsa
l ontwerp beoogt, is de heffing van opcenten op de personeele
i belasting en het heffen van personeele belasting naar nieuwe
l grondslagen te maken tot sluitpost op de begrooting der gea
l meenten.
Tweede punt van aanklacht:
1 De wet wil de opbrengst der personeele belasting maken tot
' sluitpost op de gemeentebegrooting. Dit is een sterke achteruit=
¥ gang.
Waar vroeger de eigen progressieve inkomstenbelasting van de
g gemeenten de sluitpost was op de gemeentelijke begrooting van
inkomsten, zal nu overal, waar de beperkte opcentenheffing op
` het gemeentefonds onvoldoende is om het budget te dekken, de
verhoogde verteringsbelasting, personeele belasting, de sluitpost
moeten worden. Dat is een slecht surrogaat.
Immers ten eerste: wie nader beziet de opbrengst van de persoa
neele belasting en wie zich daarbij rekenschap geeft van het
bepaalde in art. 131duodecies, par. 4, van de wet, thans in behana
deling, weet, d.at de gemeente, die opcenten heft op de hoofd;
sommen van het personeel, steeds opcenten zal moeten heffen
` van den eersten grondslag: huurwaarde. Hij weet ook, dat de
opbrengst van den grondslag huurwaarde het overwegende deel
is in het totaal. Hier zijn de cijfers over de opbrengst van het
bedrag der kohieren van de personeele belasting over het jaar 1927.
9