HomeStaat en kerkPagina 8

JPEG (Deze pagina), 634.32 KB

TIFF (Deze pagina), 6.52 MB

PDF (Volledig document), 6.66 MB

1928 6 L
Naast het systeem van de Staatskerk het Rcchissiaats-
sysiam. l
Hierin is de Staat de eenige bron van het recht; er
kan niet zijn een van de Staat onafhankelijke organisatie.
Dit systeem brengt mede vrijheid van godsdienst-uitoefe-
ning. De kerkgenootschappen ontvangen voorrechten, doch
tevens plichten. Hier wordt dus het midden gehouden
tusschen de Staatskerk en Scheiding van Staat en Kerk_
Men vindt dit systeem in Duitschland; men onderscheidt `
de kerkgenootschappen in 3 groepen:
I. de erkende, welke behalve rechtspersoonlijkheid nog :
andere voorrechten hebben, p
2. die met rechtspersoonlijkheid zonder meer, en .
3. die als particuliere vereenigingen worden beschouwd.
Spreker begeeft zich dan in een uitvoerige kritiek op dit ;
systeem, waarmede hij zich in geenen deele kan vereenigen. i
Ten slotte komt hij tot het systeem van de Sc/zez`di1-zg
l rma Slaat mz [Cart. Deze gedachte leefde reeds ten tijde
der eerste Christengemeenten. Duidelijke scheiding tusschen
Godsrijk en wereld; vrijheid van geloofsovertuiging. De
`Wederdoopers brachten de idee weer naar voren doch hun j
invloed was gering. Daarentegen werd in Amerika er een ’
vruchtbare bodem voor gevonden; vandaar keerden de *
gedachten naar Europa terug. De Staat kan niet uitmaken, j
i wie het ware geloof heeft, moet dus allen gelijke bescher­
ming verleenen en van allen gelijke gehoorzaamheid eischen.
t Y/Vie en aan den Staat en aan de Kerk volle ontplooing
l wil geven, moet tot dit systeem komen.
j Sprekers conclusie is deze, dat Staat en Kerk ieder een
E taak hebben, die zij onafhankelijk van elkaar moeten en
E kunnen vervullen. Volkomen geloofsvrijheid moet gehand-
i haafd blijven, mits anderen daardoor niet worden gehinderd. {
Daarnaast rust op den Staat de zorg, dat niemand om ï