HomeDe oorsprong van den oorlogPagina 45

JPEG (Deze pagina), 691.16 KB

TIFF (Deze pagina), 6.06 MB

PDF (Volledig document), 41.42 MB

l
43
` heeft te Weenen tot gematigdheid aan te sporen en dat
dit daarmee zelfs na de oorlogsverklaring zal voortgaan.
Tot hedenmorgen was er geen enkel bericht dat de Oos-
tenrijksche legers de Servische grens zijn overgetrokken.
Ik heb den Ambassadeur verzocht aan den Kanselier mijn
dank over te brengen voor de vriendschappelijke strekking
van deze mededeeling. Ik heb hem ingelicht omtrent de
_ door Rusland genomen militaire maatregelen, waarvan geen
j enkele -« zoo zeide ik hem - tegen Duitschland gericht
i was ; ik voegde erbij dat zij evenmin agressieve maatrege-
3 len meebrachten tegen Oostenrijk-Hongarije en die maat-
‘ regelen alleen hun grond vonden in de mobilisatie van het i
J grootste gedeelte van het Oostenrijksch-Hongaarsche
leger. Toen de Ambassadeur zich uitliet ten gunste van
, directe ophelderingen tusschen het Kabinet van Weeiien
i en ons, antwoordde ik daartoe volkomen genegen te zijn,
als maar de raadgevingen van het Kabinet van Berlijn,
? waarvan hij sprak, weerklank vinden te Weeiien.
T Tegelijkertijd bracht ik onder de aandacht dat wij vol-
, komen geneigd waren het plan voor een conferentie van de
vier l/logendheden te aanvaarden, een plan waarmede,
i naar het scheen, Duitschland niet ten volle instemde.
Ik zeide dat, mijns erachtens, de beste weg om alle mid-
j delen aan te wenden, geschikt tot het verkrijgen eener
i vredelievende oplossing, zou zijn een gelijktijdig voeren
i van besprekingen voor een conferentie van de vier Mo-
j gendheden, Duitschland, Frankrijk, Engeland en Italië en
voor een directe aanraking tusschen Oostenrijk-Hongarije
en Rusland, ongeveer in gelijken geest als had plaats gehad
j op het meest kritieke oogenblik van de crisis van verleden
jaar.
lk zeide den Ambassadeur dat na de door Servië gedane
1 concessien, een terrein van vergelijk voor de openge-
bleven vraagstukken niet meer moeilijk zou zijn te vinden,
op voorwaarde evenwel van eenigen goeden wil van de
zijde van Oostenrijk en op voorwaarde dat alle l*logend­
`