HomeDe vereeniging van den Rijkstelegraaf met de Posterijen, wenschelijk in het algemeen belang, vooral van het platte landPagina 18

JPEG (Deze pagina), 747.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.79 MB

PDF (Volledig document), 13.09 MB

‘ ‘ ‘‘ ‘ ‘ '‘‘ i‘ `
J, jr
I
t 16
i bü de benoeming van enkele hoofdambtenaren, en om de =
j ambitie aan te moedigen, is de benoeming bü keuze nood- l
zakelük.
* Evenmin als alle soldaten officier kunnen worden , evenmin g
i zullen de ambtenaren, voor de kleine gemeenten bestemd, F A
allen aan het hoofd van groote post- of telegraafkantoren
i kunnen komen. De gelegenheid mag men hun niet afsnüden,
om zulks te worden , en men stelle daarom voor hen een afzon-
derlük programma vast, om, na eenige jaren dienst, ook deze
ambtenaren in de gelegenheid te stellen, commies bü de pos-
terüen en telegrafen te worden. Hun diensttüd, ijver en ge-
l schiktheid geven hun aanspraak , om dit examen niet te zwaar
te maken. j
{ Ziedaar, waarde lezer, u het voornaamste omtrent de ver- l
eeniging der posterijën en telegrafen medegedc-:eld;in verdere ‘
l bijzonderheden te treden is onnoodig, te meer, omdat '
daardoor de hoofdzaak , de vereeniging der posterijën en tele- ,.
grafen, welligt uit het oog zou worden verloren. Persoonlijke r
belangen zijn bij deze vereeniging in het spel; zoodra dithet ,
geval is, ziet men, soms ter goeder trouw, een aantal be- E
zwaren opperen , de nadeelen breed uitmeten, de voordeelen
verkleinen. Het belang van het algemeen wordt ter zijde ge-
schoven en vergeten, dat het een eerste pligt is van iedere
Regering, en dus ook van alle ambtenaren, om het publiek
zoo goed en goedkoop mogelijk te administreren.
De Regering he1·innere zich, dat door het publiek de be-
hartiging van verschillende zijner belangen aan den Staat is
opgedragen, omdat het niet persoonlijk er zorg voor kan dra-
gen; ongeoorloofd is het daarom uitgaven te doen of posten
i in het leven te roepen, die niet noodig zijn, en hoofdzakelijk
slechts strekken, om dezen of genen te believen.
De ambtenaren moeten in het oog houden , dat het publiek
hen betaalt, en zij dus het publiek goed, zuinig en beleefd
behooren te bedienen.
Wij eindigen met den wensch, dat allen, die bij den be-
schreven maatregel betrokken zijn, er toe zullen medewer-
ken, om het onvolledige van dit opstel op te sporen, de
middelen tot verbetering aan te wijzen, de bezwaren uit den
weg te ruimen, en alzoo getrouw zullen zijn aan de spreuk
onzer vaderen:
,,EsNn1zAer MAAKT MAer."
’s G1tAv1ax11.xG1;, 22 Jaxnmrü 1568.
l
jl
E l
l