HomeSchoolartsenPagina 47

JPEG (Deze pagina), 670.29 KB

TIFF (Deze pagina), 5.90 MB

PDF (Volledig document), 35.95 MB

45
Dat oorlijden en hardhoorigheid veel voorkomen.
moge blijken uit de cijfe1·s te Berlijn, waar in 1903
_ uit 16359 onderzochte kinderen 1609 oorlijders onder
voortdurende controle moesten worden gesteld. in
i 1907 waren er reeds 3453.
In München vond Bezold in de scholen 23.8%
min of meer doof. In Stuttgart vond Weil 32.6 %.
in Luzern Nagel 40.3%, in Zurich Laubi 10.8%.
Hartmann in Berlijn, de bekende oorarts, beweert,
dat 25 % der schoolkinderen geen normale ooren
hebben. Deze ernstige uitkomsten van nauwkeurig
onderzoek in de laatste jaren moeten tot nadenken
stemmen en zeer zeker leiden tot het aanwenden van
` middelen ter verbetering.
Een lichte graad van doofheid uit zich door het
~ onvermogen, om een geregelde conversatie van en-
kele menschen geheel en voortdurend te volgen.
Van dezen geringen graad tot algeheele doofheid
j zijn vele overgangen en deze graden wisselen ge-
§ stadig, afhankelijk van wind en weer, luchtdruk,
j stemming, nevengeruischen, abnormale geluiden enz.
j Sommige menschen hooren slechts geluiden, in den
.= vorm van brommen, suizen en dreunen, en zijn niet
in staat die onbepaalde geluiden nader te determi-
‘ neeren. Deze lieden krijgen een geluidsindruk door
J klokkenluiden, muziekkorpsen enz.
" Sommigen hebben het vermogen slechts klanken te
» ondersch·eiden, en weer anderen kunnen zelfs ge-
; heele woorden uit de conversatie hooren.
; Deze drie hoofdtypen gaan herhaaldelijk in elkaar
j over en aangezien nog zooveel schommelingen bij
eenzelfde individu voorkomen is het onmogelijk een
çt juiste doofheidsgraad voor ieder individu vast te
`X stellen.
"Het komt voor, dat een kind of volwassen mensch
t een dag alles hoort en nauwelijks bemerkt, dat hij
§ doof is, terwijl een dag later door allerlei invloeden
en omstandigheden, alle normaal uitgesproken vnl-
zinnen voor hem verloren gaan.
1 Dit is de reden, dat de ouders niet zooveel ge-
wicht hechten aan de doofheid van het kind - ,,het
Q hoort heel goed" zeggen zij, ,,als het maar wil",.
j en deze tijdelijke verbetering komt ook voor op het
K
{
Q

;t
_€
ii
ä