HomeSchoolartsenPagina 43

JPEG (Deze pagina), 581.73 KB

TIFF (Deze pagina), 5.92 MB

PDF (Volledig document), 35.95 MB

OORZIEKTEN.
Onnmzwms AAN snnonrnoonnxnxc Krnomnnx.
De groote beteekenis der oorziekten en de gevol-
gen daarvan geven mij aanleiding daaraan een af-
zo11derlijk hoofdstuk te wijden.
Zoowel voor schoolarts alsook voor sehoolkind is
het opsporen van oorziekten met of zonder verlies "
van gehoor van ’t allergrootste gewicht, want waar
geen gehoorverlies is, kan dit bij elke ooraandoe­
ning als gevolg langzamerhand gaan optreden.
· Reeds uit de cijfers door mij aangehaald uit Halle
en Dortmund blijkt in welke verhouding oorlijdende
kinderen op de school voorkomen.
Het spreekt vanzelf, dat onder deze getallen een
‘ groot aantal zijn, die het onderwijs op de normale
' scholen kunnen volgen, maar voor een groot ge-
deelte is dit onderwijs niet vruchitdragend en voor
sommigen geheel nutteloos.
Volgens Tröltsch zouden in de eerste levensmaan-
den 62 % oorzieken voorkomen, bij kinderen van T
Q jaar 23%, van 8 jaar 23%, van 9 jaar
t van 10 jaar 17%, van 11-13 jaar 20%, van 1l
jaar 11% en daarna slechts 2.7%.
. Bij kinderen in de schooljaren komen dus de oor-
ziekten overwegend voor.
’* Deze groote neiging der kinderen voor ooraan-
doeningen moet voor een deel iin de anatomische
bouw van ’t jeugdige gehoororgaan gezocht worden
en voor een zeer groot deel in de afwijkingen der
neuskeelholte.
De z.g. adenoide vegetaties geven aanleiding tot
slijmophoopingen; in die slijmmassa”s zetelen bij de
geringste infectie, zooals een eenvoudige verkoud-
houd, microben, die heel licht geraken in de opening
van de Eustaehiaansche buis, die van de neus keel-