HomeCoëducatiePagina 41

JPEG (Deze pagina), 587.43 KB

TIFF (Deze pagina), 5.70 MB

PDF (Volledig document), 31.74 MB

l
E .
. se
t welijke sekse, hare tegenwoordigheid in de klasse, de omgang
j met haar voor en tusschen de lessen. Behoort de leidsman
i der jeugd, onder meer, vooral ook een beschaafd man te j
t zijn, dan heeft in dezen vrouwelijke invloed hooge beteekenis, j
en dan zal het worden verstaan, dat, ook om deze reden, gc
‘ jonge dames op de kweekscholen zeer welkom zijn.
Leenen wij nu ook het oor aan bedenkingen, die van
verschillende zijden tegen de coëducatie worden ingebracht.
L Maar doen wij dat niet als dejury’s onzer oude rechtbanken,
bij wie de laatste spreker maar al te dikwerf gelijk kreeg.
Luisteren wij met de noodige nuchterheid!
Er is twijfel geopperd, of de vrouwelijke krachten, zoo
physiek als intellectueel, wel de wetenschappelijke ,,race"
met de mannelijke kunnen meemaken, zonder ernstige schade èj
voor zich zelf. Wanneer Proudhon gelijk heeft, zeker niet. ïgj
Volgens hem wordt de waarde van den mensch bepaald
door drie factoren: zijn ,,force physique," zijn ,,intelligence"
en zijn ,,conscience." Nu verhouden zich dat drietal bij den
man en bij de vrouw telkeur als 3: 2. De waarde van den
( doorsneeman staat derhalve tot die van het gros der vrouwen
als 27: 8. Ge stemt mij toe, het zou in hooge mate onbarm-
hartig zijn, een tweetal zoo ongelijke lastdieren een gelijk gl
juk op te leggen. Zal ik Proudhons vergissing aantoonen I.
door u te herinneren aan wat Letourneau vertelt van de _
bewoners van Thibet, waar de vrouw in lichaamskracht zoo V
ver boven den man staat, dat 3 of 4 broeders heel broeder-
lijk dezelfde echtgenoote hebben'? g
Liever wijs ik u op de uitspraak van den Rector der jj
Harvard-Universiteit, die in 1895 ruiterlijk erkende, dat de lil
dames het in vlugheid van opvatting, in verwerking der

21*


- K L,- ..... L . . J