HomeCoëducatiePagina 18

JPEG (Deze pagina), 609.24 KB

TIFF (Deze pagina), 5.64 MB

PDF (Volledig document), 31.74 MB

ïï ic
[ W ten, blijken in dit opzicht kinderen van hun’ tijd en zonen
hunner vaderen te wezen.
i
Het is een feit, dat de ,,Contra­Reformatie" in de Roomsche
T kerk, om een woord van Leopold von Hanke te gebruiken,
eveneens aan het onderwijs der jeugd ten goede gekomen is.
In verschillende landen, waar deze kerk de Alma Mater
bleef, werd het aantal lagere scholen, ook voor de vrouwelijke
jeugd, belangrijk vermeerderd. De nieuw opgerichte meisjes-
scholen in het Protestantsche Duitschland vonden een pendant
lï in de kloosterscholen voor meisjes, die onder leiding stonden
van de in 1537 gestichte orde der Urselinen.
De ,,Societeit van Jezus" trok hare zorgen wel voorna-
T melijk, maar niet uitsluitend om de Latijnsche school samen.
g Ook het volksonderwijs ging haar ter harte. In 1569 werd
C te Salzburg op de Prov. Synode bepaald, dat elke stad, elk
{ vlek, elk dorp overeenkomstig de omstandigheden een school
5 moest hebben; dat de knapen afgezonderd van de meisjes
moesten zitten, ten einde beiden te gewennen aan het
l heilige schaamtegevoel. Voor kleine plaatsen werd de ge-
mengde school aanvaard, maar afzondering der seksen was
noodzakelijk.
In hun plakkaat voor Friesland in 1583 plaatsten zich
onze vaderen op hetzelfde standpunt. Het luidde: ,,dat voorts
verscheyden scholen gehouden worden van Knechtkens
ende Meyskens daar het selve doenlick zij, ende daer ’t selve
niet doenlick en is, dat de selve Knechtkens ende Dochterkens
niet alleenlick in Bancken, maar in de plaetsen in der
scholen. ende daarbuyten soo veel mogelyck is, van mal-
kanderen gescheyden worden."
Dergelijke plakkaten werden voor verschillende gewesten