HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 43

JPEG (Deze pagina), 845.03 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

·, 81
dat, toen het reeds laat in den avond was geworden, de menigte
door hem is aangemaand om OI1(l€1',lL zingen van ekomt vrienden ’t is
t tijd naar huis toe te gaanzx zich te verwijderen, welk lied hij zelf heeft
aangeheven, maar de menigte zong r/we gaan nog niet naar huis yr
dat hij daarop de raam digt geschoven en met ’t lichtis weggegaan;
Dat ten processe onder bijlage G, aanwezig is: een blaadje papier,
waarop eenige met potlood geschreven aanteekeningen voorkomen
en hetwelk door den Regter­Commissaris, ten huize van den beschul-
’ digde, uit een notitieboekje en vervolgens in beslag genomen (prod.
‘ 42), door den beschuldigde als van hem afkomstig is herkend;
; dat deze aanteekeningen o. a. luiden ~3e druk?r/ zrhangene «/barricadewr
[/vrienden schuwen mije zzburg. ik word bang van dien mana ediender
agent regente amen zal ’t zien en ondervindene »/eerst negeren en
( later négerenrz :/20000 beznin. politiev en door den beschuldigde voor
F I zoo ver hij, naar zijn zeggen, zich dit voor den geest kon brengen
l. volgender wijze verklaard worden (prod. 45);
t dat de laatstgenoemde op eene bezuiniging ziet van 20,000
i welke op de politie was voorgesteld ­ die , betreffende het bang worden,
doelt op den burgemeester door wien, zooals de beschuldigde van
i verschillende kanten had gehoord, ten zijnen aanzien, zou zijn gezegd
l »/ik word bang van dien man ,u terwijl de drie eerstgemelde notities
i hem moesten herinneren aan gesprekken welke, na de verschgning
j zijner brochure, gevoerd zijn, als punten ter bespreking bij een even-
t tuëlen derden druk;
, dat namelijk hem was medegedeeld dat, volgens het zeggen van
‘ anderen, hij gevaar liep gehangen te worden of moest worden gehan-
i gen, men hem wel eens op een barricade wilde zien, » en dat hij
r persoonlgk ondervonden had hoe vroegere bekenden hem ontweken;
dat de namen van de overbrengers dier verhalen hem wel voor den
` geest staan, maar hi_j eerst op de teregtzitting die personen als ge-
tuigen verlangt te produceren, ten einde hun niet meer moeite da11
noodig is te veroorzaken (prod. 145);
dat de beschuldigde eindelijk beweert op een en ander aanstonds te
hebben geantwoord : dat zij, die zoo oordeelen , hem niet kennen en zijne
·brochure niet met vrucht hebben gelezen, daar zijn karakter mede- j
brengt om hetgeen hij noodig acht door intellectuele middelen, niet f
rl002· gewelzl tot stand te brengen en dat ook zijne brochure geheel
dienzelfden geest ademt.
Dat; naar aanleiding van dit ook elders gevoerd voorgcven van
den beschuldigde, hetwelk reeds door de medegedeelde feiten wordt
weêrsproken, bij voorbeeld waar zijne toespraken en gedragingen te
· (
i