HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 40

JPEG (Deze pagina), 848.92 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

78
en, als men hem wilde dwingen, zich met kracht te zullen ver-
zetten, al waren zij met vijf man, waarop hij, toen werd aangedron-
gen op zi_jne arrestatie, bij gelegenheid dat de buitendeur wegens
het binnenkomen van een agent werd geopend, tot de inmiddels voor
°t bureau genaderde menigte heeft geroepen rzzij willen mi_j hier arreste-
ren, ik wil er uit, ik wil naar huisu; dat het volk toen schreeu-
wende vhij moet er uitv, tegen de deur heeft gebonsd en ruiten ver-
broken, en LUDor.r=H aan MANDERS heeft gelast hem naar buiten te
laten; ·
Dat de beschuldigde bepaaldelijk ontkent tot het volk te hebben
gezegd: »xJongens, houdt jelui goed, weest sterk, in tijd van nood
zal ik je helpenwx, en bi_j de Draaibrug weder tot de menigte te hebben
gesproken ;
Dat hij opgeeft, zich van het volk verwi_jderd te hebben niet omdat
er onder waren die zich in afkeurenden zin over hem uitlieten,
waarvan hij niets heeft bespeurd, maar alleen ten einde het te ont-
wijken, en ’t bureau van den waterschout heeft verkozen boven de
daar nabij gelegen, openstaande, woning van een zijner bekenden,
omdat hij begreep veiliger te zullen zijn bij de politie;
Dat de beschuldigde verder heeft beweerd en opgegeven: dat hij
op den weg van de Bierhaven tot de Wijde Markt steeg, waarbij her-
haaldelijk door hem in een andere rigting zou zijn gegaan dan door de
steeds aangroeijende, hem volgende en vleve de Vletteru juichende,
l menigte werd bedoeld , het volk tot bedaren gebragt heeft en l([ANDi·:1ts
I l gerust gesteld toen een min gunstige stemmingjegens dezen bearnbte en
DE Bru scheen te bestaangdat een hem onbekend jong mensch, voort-
durend bij hem loopende en door het volk voor een inspecteur van
politie gehouden, onder het gedrang tot hem heeft gezegd 1/je trapt
‘ men, en van uoproermakerv begon te praten, waarop hij, dit weêrlegd
hebbende en terwijl er meer en meer op dien persoon werd aangedrongen,
* zijn volgelingen heeft toegeroepen voverschreeuwt hem maar eens met
lj een hoerah lu om alzoo een eind aan de zaak te maken , hetwelk dan ook
j gelukt is;
ä dat hij, onderweg, aan den poelier VAN AKEN heeft gewenkt dat hij
er mooi in zat met dat volgen van de menigte en aan den zilversmid
KELLENBACH heeft geklaagd over den last welken van het volk
i’ had (zijnde echter verklaard door WJLLEM HENDRIK VAN AKEN Az.:
lj dat hij wel heeft gezien dat de beschuldigde hein groette, maar geen
jj, teekenen van afkeer heeft bespeurd, en door Jason Knr.1.ENeAoH:
Q ` dat hij wel een oploop heeft gezien , maar niet den beschuldigde en eerst
later heeft gehoord dat die persoon daarbij was geweest);
dat hij aan den inspecteur van politie Horrrmau, die, op den hoek
, van Hoogstraat en Wijde Marktsteeg, van eenige agenten vergezeld,
l
‘v