HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 32

JPEG (Deze pagina), 816.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.95 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

70
Mkskrxn is gehoord, zijne gevoeligheid heeft betuigd voor deze ovatie»
waarop hij meer prijs stelde dan op een serenade die soms voor een
kleiniglnid werd gebragt, verder de verzekering heeft gegeven dat hij
voor `tvolk zou zorgen; dat hierop, naar aanleiding van een loopend
gerucht, uit de menigte werd geroepen xzzorg dan ook voor den jongen
die mishandeld is/I en de beschuldigde betuigde dat hij ook voor dezen jl
zorgen zou, met verdere meêdeeling: dat de politie zijn persoon had
willen aanhouden, maar hij zich had weten te onttrekken aan de ·
geweidenaars, en aanmaning om nu naar huis te gaan, waarbij zij l
wel mogten zingen en, indien de geweldenaars dit wilden beletten,
dat men maar bij hem moest komen klagen en hij wel zou helpen; t
dat de twee beambten deze menigte, uit veel meer dan twintig
personen bestaande, verder zijn nagegaan en verklaren dat zij, regt­
streeks van beschuldigde’s huis, is getrokken naar de Kaasmarkt en
schreeuwende rxweg met de politie, leve de Vletter,u steenen heeft ge-
worpen naar het aldaar gevestigd politie-bureau, met het gevolg dat l
de glazen van een lantaarn verbrijzeld zi_jn en de agent van politie l
Jinmxunnr Nrconarxs Vis, met andere beambten , uitgerukt om de aan- `
dringende menigte te verdrijven, door een steenworp aan het hoofd j
verwond is geraakt; E
dat meergeuoeinde agent Mknnnizs en zi_jn confrater HENDRIK
Snrrs verklaren dat, bij °t uiteendrijven van dezen troep, door hen
een jongen is gearresteerd die, naar de wacht geleid wordende, in
navolging van den beschuldigde, maar met minder gunstig resultaat,
tot het volk heeft geroepen: uleve de Vletter, burgers, helpt me, ze
houden mij aan;~
Dat de inspecteur van DER Maanen, in den volgenden nacht bij het
huis van den beschuldigde heeft gezien den bovengenoemden sjouwer ,
MoU1,rJN, die verklaart: dat hij tegen twaalf uur met deu besteller ,
Hnnnimus Hnnnurous Tunnicnrian in de Mannenlaan zijnde, door ‘T
den beschuldigde, die naar buiten kwam, is verzocht om dien nacht
te waken, (welk verzoek ook Tuwunnnan zegt gehoord te hebben); g
dat hij dit heeft gedaan tot den volgenden morgen half acht en toen ï
van den beschuldigde een gulden vijftig cents er voor ontvangen i
. heeft;
l Dat in den avond van dien dag, Saterdag 31 October 1868, op
_ nieuw en herhaaldelijk troepen volks, uit honderden, meerendeels
, mannen uit den minderen stand, bestaande, waarvan een belangrijk
aantal met telhouten was gewapend, zich voor de woning van den
beschuldigde hebben vertoond en telkens door dezen, voor het geopend
raam in zi_jn huis staande, zijn toegesproken, waarop door het
opgewonden volk met de gebruikelijke kreten voor den beschuldigde,
tegen de politie werd geantwoord;