HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 30

JPEG (Deze pagina), 870.05 KB

TIFF (Deze pagina), 6.95 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

68
verklaringen van vrouw VAN RAALT, VAN DUYL en VAN DER DOORN,
zijne hierboven genoemde buren, in den loop van dien avond tot j
ruim middernacht onderscheiden keeren heeft herhaald, telkens wan- A
neer zich troepen volks voor zijn huis ophielden; dat, onder hen die
later in den avond verschenen zijn, sommige mannen voorzien waren
van houten; dat de toespraken werden afgewisseld of besloten met j
het geschreeuw der menigte: aleve de Vletterl Hoed, Hoed, weg l
met de politielw; Q
dat de reeds genoemde Onder-Inspecteur tevens onbezoldigd rijks-
veldwachter IJAMMERS bij op ambtseed opgemaakt procesverbaal (prod. {
lt) de rede door den beschuldigde gerigt tot de menigte, waarmede
hij naar huis was gekomen , in hoofdzaak heeft geconstateerd: dat de be- «
schuldigde dank betuigde voor de betoonde sympathie, verklaarde dat
hij de overweldigers die het op hem gemunt hadden zou dood schieten ,
verzocht dat de »/Mannen, broedersa hem zouden helpen tegen die Q
overweldigers, en tegen hunne aanvallen, ook in den naderenden *
nacht, voor goed loon, zijn huis inogten bewaken; dat hij dankte ‘
voor de ovatie den vorigen avond aan zi_jne woning gebragt toen hij , tot
zijn spijt, niet te huis maar in een kofiijhuis was geweest waar ook l
JAN ENeEi.vAAn'r zat, de menigte verzekerde dat hij veel gevoel voor
haar had, want niets hem aangenamer was dan de Vrijheid van den
burger te verdedigen of zijn leven, zooals hi_j had getoond door op levens-
gevaar een mensch van tusschen het ijs te redden, -­ de «/Mannen, broe-
dersu tot bedaardheid aanmaande, tot het nemen van goede getuigen en
tot voorzigtigheid tegenover de wreede overweldigers, die het ook op
hen hadden gemunt 1 zijnde in denzelfden zi11 verklaard door den Onder-
lnspecteur GEoneE VA'l`TIER KBAANE en CoNs'rAN'r l?E'r1rUs HU-
Bnnrus SrA1i1s, geëmployeerde aan de Bijbank der Nederlandsche
Bank, die 0. a. nog mededeelt: dat toen de beschuldigde zijn uitval
omtrent het verdedigen van zijne regten tegen de overweldigers, waarbij
hij verklaarde overtuigd te zijn de burgers op zijne hand tehebben,
besloot met de vraag eis ’t niet waar, Burgers?«« slechts door enkele
personen toestemmend werd geantwoord hetgeen den spreker niet
scheen te bevallen, daar die nog eens vroeg: ««W;it mag ik hooren?/z
waarop toen is gevolgd een zdgemeerz geroep; ««Ja, leve de Vletterz/;
dat de vroeger reeds genoemde getuigen lt/IANDERS , DE BIE ,
JOHANNES VEnsc11UUnEN, TUi.1.ENEns en MI]1,I,E1!, zich ook nu
weder onder het publiek bevindende, insgelijks het door den beschul-
j digde gesprokene hebben gehoord , alsmede KOOIQEVAAR en VAN BEEK
die in de woning van den beschuldigde vertoefden, waar later ook de
mnziekonderwi_jzer JOHANNES vAN DER Noomrr en de parepluienmaker
(lur1.r,AuMn AIEX;NDEl< l)u·riLi.rEux, die aanvankelijk niet tot daar
konden doordringen, gekomen zijn;
dat de eerstgenoemden , voor het gedeelte hetwelk ieder van deze toe-
spraak heeft verslaan, de verklaring van den Inspecteur LAMMEES be-
l.
I