HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 21

JPEG (Deze pagina), 877.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

V
l
­
59
ZC politie EBBELER en Oimnrivaari en de beschikking van Burgemeester
lin en Wethouders aan wie deze adressen door den Raad ter afdoening
JG waren verzonden ;
dat in het request van G. WAGENAAR en dertien andere war-
jm moeziers, gedagtoekend uit Rotterdam den 27 October 1868 (copien
I Bijl. C en H) aan den Raad wordt geklaagd: dat zij den vorigen
N; dag des voormiddags tusschen zeven en half acht uur zich hebben j
aangemeld bij de brugwachters aan het Boerenverlaat te Rotterdam, l
hen vragende om de brug, die over de Delftsche vaart aldaar ligt, (
ZC op te halen, opdat zij met hunne schuiten zouden kunnen passeren; i
St dat 11 die wachters dit pertinent hebben geweigerd, zeggende, dat
n’ ezij zouden doorlaten ingeval zij beloofden aan {le Jljar/rl le zullen l
eZ0.s·.s·ene, dat zij hierop hebben geantwoord envaarwaazrlelü/: te moeten j
E worden doorgelaten, maar de brugwachters in hunne weigering
' hebben gepersisteerd; dat zij hierdoor een aanmerkelijke sekacle
d hebben geleden, hebbende zij allen zich bij akte verbonden om hunne j
Et waren voor acht uur aal ele senaat zn de Genrlseke veel te- leveren
H aan den keer Ji;. DE dlrnrrrnn. op poene van een aanzienlijke gel-
j _ delijke betaling; dat zij die schade als veroorzaakt door beambten der
’ gemeente dus in der minne terugvragen en ebij voldoening hieraan,
E eden heer JB. DE Vimrrrnn doen kennen als hun volledige gernag­
¤ etigde en hij niet voldoening zij zich in regten tegen de gemeente
jj ezullen voorziene, bij welk stuk was gevoegd het volgende geschrift
lj van dezelfde dagteekening, aan den Raad, gerigt hetwelk de beschul-
U d1gde erkent van hem afkomstig te zijn: efleeren, als beknopte
d toelichtende memorie in zake ehet adres der warmoeziers G. WAGENAAR
eenz. van dato dezes, is onderteekenaar zoo vrij U te verwijzen naar
ede verordening op het gebruik der havens en wateren te Rotterdam
it eno. 10, en hiervan art. 36 van af regel 21 tot 25 alsmede art. 14401
d een 1408 Burgerlijk Wetboek °t Welk doende (gel.) JB. DE Vl.E'f1‘jElt// ; j
h dat uit de ten processe sub litt. H verder overgelegde bescheiden,
H bepaaldelijk een proces-verbaal van 6 November 1868 opgemaakt door
D den Commissaris van politie Exer;r.vAAn·r en het verklaarde door 1
den Hoofd-Commissaris van politie Mr. Connntrs C.»i1turNaa1.,bli_jkt: j
H dat tot de beklaagde weigering, waardoor de toegang tot de Sluis
jr werd verhinderd, werkelijk aan de brugwachters last was gegeven,
U ingevolge eene aanschrijving van Burgemeester en Wethouders , ten
T) einde alzoo de warinoeziers te noodzaken tot lossen en markten op
_ het Hofplein, zijnde het hij verordening van 6 Februarij 1868 in
[1 de eerste plaats hiertoe aangewezen terrein, omdat de groenboeren
) reeds herhaaldelijk hadden getoond daaraan niet te willen voldoen, l
q maar hunne vroegere aanlegplaats aan de Vest bij de Gedempte
jr Botersloot (het Quakernaat te verkiezen en het verkoopen van
3 hun waren regtstreeks - uit de schuit, welk een en ander aldaar tot
ongeregeldheden had aanleiding gegeven;
I