HomeRechtsgeding tegen Jacob de Vletter, zaakwaarnemer te RotterdamPagina 18

JPEG (Deze pagina), 944.15 KB

TIFF (Deze pagina), 6.95 MB

PDF (Volledig document), 37.50 MB

56 J
tt
vniets had te kommanderen, de jongens in een vrij land leefden en ,00
»/konden doen wat ze goed vonden/z - zijnde door den pakhuisbaas de
Fnancrsons Vnnscnouanw verklaard: dat hij, in den nazomer, heeft t M
bijgewoond dat een agent van politie, die op bedaarde wijze een ,/C
troep jongens op den Goudschen weg het steenen gooijen verbood, l H
werd berispt door den beschuldigde, die beweerde dat dit spelen was A
en de jongens den speeltijd zóó mogten doorbrengen en eindigde ( M
met te zeggen, rzdat hg hun permissie gaf om met dat gooi_jen voort i M
te gaanv, welke ontmoeting bij getuige de vrees deed ontstaan dat UC
de beschuldigde de jongens trachtte op te zetten· tegen de politie; ' Ill
dat van deze en dergelijke feiten alinede blijkt uit het verklaarde _ M
door den inspecteur JAN DANIEL Sromc en den commissaris van 0;
politie JAN ENGELVAART, in verband met de door dezen aan den /,1
regter overgelegde extracten uit de aan het Tweede en Derde ti M
Politie- kwartier gehouden rapporten (Bijl. R.) en zijnberigtschrift t; H,
van éh Januarij 1867 betrekkelijk een adres dd. 17 December bevorens ,,1
door den beschuldigde volgens zijne bekentenis (prod. 171) inge· m
diend aan den toenmaligen Minister van Justitie (Bijl. K2); W,
i Dat de beschuldigde in zijne uopenbare executieu bladz. 30-4% tig IRI
een en ander omtrent Zijne handelingen met betrekking tot het U6
baden, nevens het hierboven bedoeld adres. aan het publiek mede- g gi
deelt en zijn aandeel bij het. voorgevallene _met den inspecteur Mon- . äl m
LIJN, adie zich zoo wettisch en manhaftig toonde dat hij den jongen , kë
udie zonder zwembroek te water was gegaan, opschreeibz, in dezer Z,
voege erkent: ulionder het noemen van personen noch betrekkingen 3 aá
vrigt ik het woord tot de inmiddels aangegroeide menigte. Ik druk E te
i/haar als een dure plicht eerst op ’t hart dat, als kwaad of boos- N
zxheid wordt bestreden, allen als üén man zich vereenigen moeten den yï
«/dienaar van het geregt te assisteeren, waarvan ik dikwijls bewijzen i M
zzlieb geleverd; maar met veel meer klemv (met veel meer klem) _ Hä
«/betoog ik daarna dat de Sorwereiazideiá niet de rlierzaren van ~- `
~maar bij het volk zelf moet bestaan, dat zijn dienaren meestal het W
ategendeel zich inbeelden. Waar heerschzucht of tirannie plaats wil P
nmaken voor verstandige toepassing der wet, daar moet de burgerij h(
ahaar almacht toonen en des noods ten voorbeelde van anderen G
I/kort recht doen; ­-­ en de voordragt van de Norman’s Sang van W
»/KücKnN, met het refrein: Freiheit oder Tod” met een daarbij te ac
«/paren toespraak zou voldoende geweest zijn om de gemoederen V;
agaande te maken, maar dit was hier niet noodig;»/ ,,,
dat de ontmoeting met de agenten van politie aan de Oost-vest door M
den beschuldigde wordt erkend: bladz. $57 en 38 »«Eenige dagen daarna
avernam ik van een der baders aan de11 Maaskant, dat er baders in de
/«()ost­vest door de policie waren verjaagd. Terstond vatte ik het besluit
«/op om hieraan eens voor goed een eind te maken. ’s Avonds begaf C
uik mij derwaarts om aan dit despotisme een einde te makenu en zijn m